Inhoudsopgave
 
1 Een woord vooraf
De schoolgids is een document dat geraadpleegd kan worden door de ouders/verzorgers van de kinderen, die onze school bezoeken. Daarnaast is deze gids een bron van informatie voor ouders die, in verband met de schoolkeuze, belangstelling hebben voor onze school.
 
De gids wordt jaarlijks geactualiseerd.
 
Naast een aantal zakelijke gegevens bevat deze gids informatie over:
 
- onderwijs en onze visie daarop
- ontwikkeling van ons onderwijs
- zorg voor kinderen
- ouders en de school
 
In de tekst hebben wij steeds het woord €ouders€ gebruikt voor ouders/verzorgers, dit om de leesbaarheid te bevorderen.
 
Waar in de gids gesproken wordt over nota€s die verschenen zijn omtrent een bepaald onderwerp, dan mag verondersteld worden dat genoemde nota€s op school ter inzage liggen voor belangstellenden.
 
Naast deze schoolgids geven wij aan het begin van een schooljaar een €Bewaareditie Donderdagkrant€ op papier uit. Daarin staan de gegevens vermeld die handig zijn om bij de hand te hebben. Denk daarbij aan belangrijke telefoonnummers, schooltijden, gym- en zwemtijden, vakanties, studiedagen e.d.
 
De ouders van de kinderen die onze school bezoeken, ontvangen aan het begin van het schooljaar op papier de Bewaareditie van de Donderdagkrant, waarin worden vermeld:
- schooltijden
- vakanties
- studiedagen/vrije dagen
- oud papier
- overblijf
- ziekmeldingen
- belangrijke telefoonnummers
- foto's van teamleden.
- gym- en zwemtijden
 
Alle informatie kan worden nalezen op het internet: www.malelande.nl.
 
2 De school
2.1 De geschiedenis
De Malelande is een katholieke basisschool die in 1995 als dependance van De Langenoord uit Hoogland is opgestart in de nieuwbouwwijk Nieuwland in Amersfoort. In 2001 is De Malelande als zelfstandige school verder gegaan. De naam van de school, De Malelande, heeft een historische achtergrond. De school is namelijk gebouwd op een stuk grond waar in vroegere jaren een aantal landerijen lagen, waarvan boeren uit de omgeving gebruik konden maken, als zich op hun eigen erf een noodsituatie voordeed (overstroming, brand e.d.). Deze landerijen werden malelanden genoemd.
 
2.2 Situering en grootte van de school
Vanwege de ligging in een jonge nieuwbouwwijk is De Malelande een school die een snelle groei heeft doorgemaakt. Momenteel bezoeken ongeveer 800 (1 oktober 2010) kinderen de school. Deze leerlingen zijn verdeeld over 33 groepen. In de loop van ieder schooljaar gaan aangemelde kinderen die 4 jaar worden een plaats krijgen in een van de kleutergroepen. Aan het begin van dit schooljaar werken in onze school ruim 60 teamleden. Voor de meeste teamleden geldt, dat zij werkzaam zijn op 1 locatie.
 
Het hoofdgebouw van de school ligt aan de Juttepeergaarde en beschikt daar over twintig lokalen en een aantal nevenruimtes. In de lokalen van dit gebouw zitten alle kleutergroepen, de groepen 3 en 4 en 2 groepen 5. Uit onderwijskundige en veiligheidsoverwegingen is besloten kleuters alleen op benedenverdieping van het hoofdgebouw te plaatsen. De nevenruimtes zijn twee speelzalen, een gemeenschapsruimte, een multifunctioneel lokaal, ruimtes voor remedial teaching (RT). Voor het personeel zijn er verder ruimtes voor de interne begeleiders, de administratief medewerkster, de receptionist, de directie en er is een personeelskamer.
 
Naast het hoofdgebouw maakt de school gebruik van een dependance in de vorm van schoolwoningen. Omdat wij de bouwgroepen zoveel mogelijk bij elkaar willen houden, is ervoor gekozen in deze dependance de gehele bovenbouw van de school te huisvesten. Dat betekent dat alle groepen 6 t/m 8 van de school hier hun lokaal hebben. Ook 2 groepen 5 zijn in de dependance gehuisvest, omdat in het hoofdgebouw niet voldoende lokalen zijn om alle groepen 5 een plaats te geven. De schoolwoningen zijn in het jaar 2007 grondig verbouwd. Zo is er bijvoorbeeld een personeelskamer gecreëerd en zijn er twee nevenruimtes die gebruikt kunnen worden t.b.v. RT of als spreekkamer. Een multifunctioneel lokaal gaan wij voor het schooljaar 2010-2011 inrichten als klaslokaal. Een lokaal in de dependance die bij De Border staat, wordt ingericht als multifunctioneel lokaal, een extra ruimte die gebruikt kan worden t.b.v. het werken met kinderen.
 
2.3 Identiteit en uitgangspunten
Kinderen vormen het middelpunt waar de hele school om draait. Het werken op de school is erop gericht om kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling tot mooie, zelfstandige mensen. We willen hen voldoende bagage meegeven (naast cognitieve vaardigheden ook sociale vaardigheden, zelfredzaamheid, positief zelfbeeld, enz.) om zich in de maatschappij te kunnen handhaven. Wij vinden dat de primaire geloofsopvoeding en vorming een taak is van de ouders. De school draagt bepaalde elementen aan, die in de lijn van een katholieke opvoeding verwacht mogen worden. De school is hierbij ondersteunend naar ouders en geloofsgemeenschap en parochie.
 
Als katholieke school willen we leerlingen helpen bij het ontwikkelen van een levensbeschouwelijke identiteit. Deze identiteit biedt hen houvast bij het gestalte geven aan hun eigen leven. Vanuit dit houvast kan gewerkt worden aan de opbouw van de maatschappij waarin de leerlingen met allerlei opvattingen en waarden worden geconfronteerd. Wij gaan er daarbij vanuit, dat mens worden (het leren leven) niet exclusief katholiek is, maar wij laten ons wel inspireren door de katholieke traditie. De school werkt daarbij vanuit een grondhouding die zijn oorsprong vindt in die katholieke traditie. Daarin zijn de volgende waarden verwoord: de uniciteit van de mens, de erkenning van God als bron van goedheid en de heelheid van de mens.
 
Leerkrachten, kinderen van ouders met een ander of geen geloof dienen respect te tonen voor/bij activiteiten op het gebied van catechese (bijv. bij vieringen). Deelname aan catecheseactiviteiten wordt dan ook van iedere leerling verwacht.
 
2.4 Organisatie van de school
2.4.1 Het bestuur
De katholieke basisscholen in Amersfoort, Hoogland, Nijkerk en Hooglanderveen ressorteren onder het bestuur van de Stichting voor Katholiek Primair Onderwijs Amersfoort en omstreken (SKPOA). In totaal zijn 17 scholen lid van deze stichting.
 
2.4.2 De directie
De directie van De Malelande bestaat uit 3 personen. Per 1 augustus 2007 is er sprake van een 2-hoofdig directeurschap, aangevuld met een adjunct-directeur die speciaal belast is met alle zaken die de zorgbreedte van de school aangaan. De directie van de school wordt gevormd door:
 
Directeur
Dhr. C. Uppelschoten
Gerstekamp 11
3828 HP Hoogland
tel. 033-4802777
 
Directeur Mevr. C. van de Riet - Koch
Poortersdreef 56
3824 DP Amersfoort
tel. 033-4564180
 
Adjunct-directeur
Mevr. H. Ligthart,
Kolkrijst 121
3828 EN Hoogland
tel. 033-4809282
 
Indien de directie afwezig is, zal op maandag t/m vrijdag worden waargenomen door één van de leden van het managementteam.
 
2.4.3 Het managementteam
De Malelande heeft een managementteam (MT), bestaande uit de directie van de school (3 leden), 3 bouwteamleiders (middenmanagement) en 2 interne begeleiders. De leden van het MT hebben leidinggevende taken in de organisatie. De directie van De Malelande heeft vorm gegeven aan een invulling van de taken en een gewenste verdeling van werkzaamheden binnen het MT, om op die manier alle taken die er zijn adequaat te kunnen doen en voorbereid te zijn op alle ontwikkelingen die in de toekomst op ons af zullen komen.
 
2.4.4 De Medezeggenschapsraad (MR) en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR)
De medezeggenschapsraad (MR) is een wettelijk verplicht, onafhankelijk orgaan. De MR spreekt voor zowel ouders, leerlingen als personeel. De MR is betrokken bij de besluitvorming over het beleid en het functioneren van de school. Zij doet dit door gevraagd en ongevraagd advies te geven en dient in een aantal situaties wel of geen instemming te verlenen. Hierbij kunt u denken aan vaststelling van het schoolplan, het financiële beleid, wijzigingen in de schoolorganisatie, ARBO plan etc.
 
Ouders kunnen de MR verzoeken een onderwerp of voorstel te bespreken.
 
De MR bestaat uit twee zogenaamde geledingen: de ene geleding bestaat uit vertegenwoordigers van ouders en de andere geleding bestaat uit vertegenwoordigers van het personeel van onze school (de zogenaamde PMR). Op dit moment telt de MR 8 leden (4 ouders en 4 personeelsleden).
 
Er wordt regelmatig op vaste tijdstippen vergaderd, waarbij zowel door de MR leden zelf als samen met de schooldirectie over diverse onderwerpen gesproken en besloten wordt.
 
Deze vergaderdata, de agenda en de notulen van de vergaderingen verschijnen op de internetpagina van de Malelande.
 
Vanuit de MR is er een afvaardiging in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). De GMR controleert en adviseert het overkoepelend bestuur van de Stichting Katholiek Primair Onderwijs Amersfoort (SKPOA) waarvan onze school deel uitmaakt.
 
U kunt contact opnemen met de MR via de school.
 
2.4.5 Ouderplatform
Binnen het Strategisch beleidsplan KPOA, zoals dat is vastgesteld in het schooljaar 2006-2007, zal gestreefd worden naar het instellen van een Ouderplatform per school. De Malelande geeft daaraan gehoor door in de loop van een school één of meer keren een ouderpanel te organiseren. Het ouderpanel zal bestaan uit een groep ouders. Het ouderpanel zal vooral als klankbord functioneren naast de Ouder Activiteiten Commissie en de medezeggenschapsraad. In 2010-2011 zal ook weer gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid om een ouderpanel te organiseren. Als onderwerp kiezen wij een onderdeel dat als verbeterpunt naar voren is gekomen uit de oudertevredenheidspeiling, die in 2008-2009 is gehouden onder de ouders van de school.
 
2.5 De ouders
2.5.1 Communicatie tussen ouders en de school
Het is in een ieders belang dat de communicatie tussen ouders en medewerkers van de school goed verloopt.
Om regelmatig een goed en positief contact met ouders te onderhouden, scheppen wij gedurende het schooljaar de volgende mogelijkheden:
- Informatieavond aan het begin van het schooljaar. Tijdens deze avond kunnen ouders kennismaken met de nieuwe leerkracht van hun kind, met de gebruikte methodes, met het onderwijsaanbod van dat jaar, maar eventueel ook met de in de groep gehanteerde regels en afspraken;
- Ouderavonden:
  •  Voor de kinderen uit groep 1 zijn er twee vaste ouderavonden. Een derde vast contactmoment wordt gecreeerd door het huisbezoek dat de leerkracht zal afleggen. Dit bezoek heeft een informeel karakter en vindt uiteraard plaats in overleg met de ouders;
  • Gedurende het schooljaar zijn er voor de ouders van de kinderen uit groep 2 t/m 7 drie vaste ouderavonden.
  • Voor de ouders van de kinderen uit groep 8 zijn er twee vaste ouderavonden.
  • Voor deze ouderavonden krijgen alle ouders een uitnodiging. Sommige van deze contactmomenten zijn verplicht, andere zijn facultatief. Wij verwachten van alle ouders dat zij van deze persoonlijke gespreksmogelijkheden gebruik maken;
- Extra gesprek(ken): tussen deze vastliggende ouderavonden door, zal er altijd naar ruimte gezocht worden voor een "tussendoorgesprek", indien ouders of leerkracht daar een aanleiding toe zien;
- Afspraken: indien er bijzondere zorg bestaat over een kind, kunnen de ouders, naast het contact met de leerkracht, in gesprek gaan met de intern begeleider van de school. Ook kan in dat geval contact opgenomen worden met het directielid dat speciaal met de zorg is belast;
- Donderdagkrant: naast bovengenoemde mondelinge communicatiemogelijkheden ontvangen ouders iedere donderdag onze Donderdagkrant per e-mail of in gedrukte vorm, waarin alle belangrijke mededelingen of vragen vermeld staan. Alle verschenen Donderdagkranten kunnen nagelezen worden op de internetsite van de school.
- Maandkalender: iedere maand ontvangen alle ouders een gedrukte maandkalender, waarin alle activiteiten voor die maand zijn opgenomen.
 
Om ouders de gelegenheid te bieden mee te denken over beleidszaken, bespreekt de directie onderwerpen met de MR die een adviserende en/of instemmende rol hebben. Daarnaast wil de school d.m.v. ouderpanels de mening vragen van ouders. Ouderpanels worden jaarlijks georganiseerd over diverse onderwerpen (zie ook ouderplatform). Tenslotte vraagt de school de mening van ouders en kinderen d.m.v. enquetes. De school stelt zich ten doel minstens 1 x per 4 jaar, voorafgaand aan het maken van een nieuw schoolplan, een enquete te houden om daaruit gegevens af te leiden voor toekomstig beleid.
 
2.5.2 Informatie aan gescheiden ouders die niet met het gezag belast zijn
Volgens het Burgerlijk Wetboek zijn scholen verplicht belangrijke informatie die het kind betreffen, op verzoek te verstrekken aan de ouder die niet belast is met het gezag. Verder hoeft de school niet de informatie te verstrekken die hij aan de andere ouder ook niet behoort te geven. De verplichting om informatie te verstrekken is er niet, wanneer het belang van het kind zich daartegen verzet. Uiteraard wil de school zich aan deze wettelijke bepaling houden. In de meest voorkomende gevallen waarin de ouders gescheiden zijn, is het ook in het belang van het kind wanneer beide ouders goed geinformeerd zijn over de ontwikkeling van hun kind. Wij hopen dat ouders begrip hebben voor de beperkte gespreksruimte die er tijdens de vaste ouderavonden is. Wij verzoeken gescheiden ouders dan ook samen in te schrijven voor de ouderavonden, opdat de betreffende leerkrachten per kind slechts één gesprek behoeven te voeren.
 
2.5.3 Betrokkenheid van de ouders
Het is van belang dat ouders betrokken zijn bij het wel en wee van hun kind op school. Een goed contact met de school en interesse in wat daar gebeurt, zullen ervoor zorgen dat kinderen zich op school beter thuis voelen. Onze school stimuleert de betrokkenheid van de ouders. Groepsleerkrachten vragen om hun hulp bij onderwijsactiviteiten als lezen en handenarbeid of bij excursies of voorstellingen.
 
2.5.4 Ouder Activiteiten Commissie
De school heeft een Ouder Activiteiten Commissie (OAC). De rechtsvorm van de OAC is een vereniging. De leden worden door en uit de ouders gekozen en treden op als vertegenwoordigers van alle ouders. De leden worden op de algemene jaarvergadering gekozen en nemen zitting in het bestuur van de vereniging. Het staat alle ouders vrij om lid te worden van de oudervereniging. Alleen ouders van kinderen van de school die lid zijn geworden, hebben stemrecht op de algemene jaarvergadering (OAC-vergadering van oktober). De statuten en het huishoudelijk reglement zijn opvraagbaar bij het secretariaat. Een kopie hiervan ligt bij de directie op school.
 
Jaarlijks wordt een algemene jaarvergadering gehouden. Daarop wordt verslag gedaan van het afgelopen jaar en financiele verantwoording afgelegd. Ook worden de plannen en de begroting voor het nieuwe jaar gepresenteerd. Wanneer er minder dan 10 % van de ouders zich heeft opgegeven voor deze algemene ouderavond, behoudt de OAC zich het recht voor de vergadering te annuleren en deze tijdens een gewone ouderraadsvergadering te houden. Deze vergadering is te allen tijde openbaar.
 
Voorbeelden van activiteiten, waarbij de school mag rekenen op de hulp van de OAC:
  • het ondersteunen van het team bij de binnen- en buitenschoolse activiteiten, zoals schoolreisjes, feesten, sportevenementen, excursies, schoolfoto's, enz.;
  • de ouderraad int de (vrijwillige) ouderbijdrage waarmee het mogelijk is verschillende activiteiten te financieren. Voor meer informatie, zie 4.5.6
  • het eventueel organiseren van thema-avonden;
  • het bepalen van de hoogte en de besteding van de ouderbijdrage en de inning daarvan; - controle op hoofdluis, steeds na iedere vakantie.

Meer informatie is te vinden op de website onder ouders in de school".

3 Waar de school voor staat
3.1 Missie en visie van de school
De missie en visie van de school hebben geven wij weer in de volgende woorden, die samen een acrostichon vormen rondom het kernwoord ZORG.
 
Zelfvertrouwen ontwikkelen
Onderwijs bieden
Respect hebben
Groei bevorderen
 
Een toelichting hierop staat op een aantal plaatsen in deze schoolgids. Zo is er het hoofdstuk over identiteit (2.3) en komen ook de onderwerpen onderwijs (3.2) en werken aan respect en zelfvertrouwen (3.3) aan de orde.
 
Op De Malelande worden leerlingen in de gelegenheid gesteld de kerndoelen, zoals deze wettelijk zijn vastgesteld, te bereiken. Het onderwijs is gericht op de realisering van een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen. Het onderwijs richt zich op een breed onderwijsaanbod, waarbij de prioriteiten liggen bij de basisvakken (taal, lezen, rekenen). De door ons aangeschafte methodes voldoen aan die kerndoelen. Ons werk is gericht op het behalen van resultaten.
 
Wij stemmen de voortgang van het onderwijs af op de ontwikkeling van de kinderen. De resultaten van het onderwijs wordt voor alle leerlingen gevolgd met een voortgangsregistratie, gebaseerd op het Cito-leerlingvolgsysteem en het systeem van de Structurele Leerlingenzorg, waarin o.a. methodegebonden toetsen zijn opgenomen.
 
3.3 Klimaat van de school
Naast het geven van goed onderwijs, heeft de school ook een opvoedkundige taak. Kinderen ontwikkelen zich optimaal in een omgeving waar een goede sfeer is, waar ze zich veilig en vertrouwd voelen. Een goede sfeer is er één waarin kinderen goed (leren) omgaan met elkaar, respect (leren) hebben voor elkaar, voor eigen en andermans spullen en voor de omgeving. In zo€n sfeer leren de kinderen samenwerken. Ze zullen leren zelfstandig te werken, maar ook hulp te vragen als dat nodig is. Zo groeit hun zelfvertrouwen en krijgen ze een groeiend positief zelfbeeld. In een dergelijke sfeer leren de kinderen gaandeweg verantwoordelijkheid te dragen en wordt een positief gedrag gestimuleerd.
 
We willen graag dat alle betrokkenen respectvol met elkaar omgaan. Om mede uiting te geven aan dat respect voor elkaar, spreken de kinderen de leerkrachten aan met juf of meester, gevolgd door de voornaam. We stellen het op prijs als ouders hetzelfde doen, wanneer zij in gesprek zijn met de leerkracht in het bijzijn van hun kind.
 
Dat de thuissituatie belangrijk is voor het functioneren op school lijdt geen twijfel. De opvoeding thuis en die op school moeten elkaar aanvullen. Een wederzijdse interesse is noodzakelijk voor de ontwikkeling van de kinderen. Samen school maken is daarom van groot belang.
 
Om het pedagogisch klimaat op de school te bevorderen:
  • werken wij met de methode Leefstijl voor de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen. In hetzelfde kader keert jaarlijks het project Relaties en Seksualiteit terug in het onderwijsprogramma (zie ook hoofdstuk 4.4.8);
  • werkt de school sinds het schooljaar 2001-2002 met een pestprotocol;
  • gebruiken wij een 8-tal schoolregels. De regels gelden als kapstokken, waaraan veel €kleinere€ regels opgehangen kunnen worden. Iedere week staat een van de schoolregels centraal;
  • spelen de lessen in catechese een rol van betekenis.  
 
4 De organisatie van het onderwijs
4.1 De groepsindeling
Op onze school wordt onderwijs gegeven aan kinderen van 4 tot 12 jaar.
De school kent drie bouwgroepen:
  • onderbouw (groepen 1 en 2)
  • middenbouw (groepen 3, 4 en 5)
  • bovenbouw (groepen 6, 7 en 8)
De kleutergroepen 1 en 2 zijn gemengd, omdat de kleuters daardoor meer uitgedaagd worden om zich sociaal te ontwikkelen. Zij zullen elkaar gemakkelijk kunnen helpen (denk aan hulp bij aan- en uitkleden voor de gymles in de speelzaal). Nieuwkomers kunnen door klasgenootjes wegwijs gemaakt worden. Bovendien trekken de kinderen zich aan elkaar op. Bij tussentijdse uitbreiding van het aantal kleutergroepen is het soms organisatorisch gezien wenselijk een zogenaamde €instroomgroep€ te vormen voor de nieuwkomers, maar dit heeft niet onze voorkeur.
 
Vanaf groep 3 zitten de leerlingen van dezelfde leeftijd in een jaargroep bij elkaar. Wij hebben niet gekozen voor combinatieklassen, maar het is heel goed mogelijk dat wij door omstandigheden (bijvoorbeeld leerlingenaantallen die de vorming van uitsluitend homogene groepen onmogelijk maken) soms zullen moeten overgaan tot de vorming van een of meerdere gecombineerde groepen.
 
De ervaring leert dat er soms sprake is van een grote uitstroom van leerlingen in een bepaalde jaargroep. Het kan dan noodzakelijk worden, dat de school moet besluiten groepen samen te voegen. Zo kunnen bijvoorbeeld 4 parallelgroepen 5 aan het einde van een schooljaar samengevoegd worden tot 3 parallelgroepen 6. Als groepen opnieuw moeten worden ingedeeld, houden wij rekening met een aantal zaken. Wij maken over de groepen een evenwichtige verdeling van leerlingen die extra zorg nodig hebben. Daarnaast vragen wij alle kinderen een naam te noemen van een kind met wie zij graag in de groep zouden willen zitten en een naam van een kind met wie zij goed kunnen werken. De leerkrachten van de kinderen bepalen in overleg met de ib-er(s) de nieuwe samenstelling van de groepen.
 
4.2 Werken in de school
4.2.1 Groepsleraar
Ouders en kinderen zullen het meest te maken hebben met de groepsleerkracht, door wie het kind in het dagelijks werk wordt begeleid. Daarnaast komt het voor, dat kinderen in een groep les krijgen van twee groepsleraren. Groepen met meer dan twee groepsleraren kunnen tijdelijk en slechts incidenteel voorkomen, bijvoorbeeld als er sprake is van vervanging.
 
4.2.2 Bouwteamleider
Van iedere bouw (onderbouw, middenbouw en bovenbouw) heeft één leerkracht de taak van bouwteamleider. De bouwteamleider is tevens lid van het managementteam en geeft dus mede sturing aan de organisatie. De bouwteamleider heeft o.a. de supervisie over de onderwijsactiviteiten in de bouwgroep. Gemiddeld één keer per twee weken komen de leerkrachten van een bouw in vergadering bijeen om aangelegenheden die de bouw aangaan met elkaar te bespreken. Tijdens dit bouwoverleg kunnen leerlingen worden besproken, terwijl ook van gedachte gewisseld wordt over activiteiten op onderwijskundig terrein. Vernieuwingen op onderwijsgebied worden besproken en gevalueerd en zaken van organisatorische aard komen aan de orde.
 
4.2.3 Interne begeleider
De interne begeleider cordineert de extra zorg die aan kinderen besteed wordt. Hij is de persoon bij wie signalen van zorg over de ontwikkeling van kinderen moeten binnenkomen (zie ook hoofdstuk 5.3). Samen met de groepsleraar bedenkt en maakt de interne begeleider hulpprogramma's en evalueert hij op gezette tijden de vorderingen. De verantwoordelijkheid voor het zorgkind blijft te allen tijde bij de groepsleerkracht. De interne begeleider zal steeds een begeleidende (coachende) en adviserende rol vervullen. De interne begeleider beheert tevens de groeps- en leerlingendossiers. Zonder zijn toestemming of die van de directie heeft niemand toegang tot de dossierkast. De interne begeleider is tevens lid van het managementteam en geeft dus mede sturing aan de organisatie, in dit geval vooral op gebieden die de (extra) zorg voor kinderen aangaan.
 
4.2.4 Remedial teacher
De remedial teacher helpt op planmatige manier de kinderen die extra hulp nodig hebben. De r.t-er diagnosticeert en helpt bij het zoeken naar de juiste aanpak. De hulp vindt zowel in als buiten de groep plaats. Na overleg met de groepsleerkracht, de interne begeleider en in sommige gevallen na raadpleging van een externe deskundige, wordt een hulpprogramma gemaakt en uitgevoerd. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. De school beschikt tevens over een remedial teacher met de speciale taak de zorg voor de kinderen met een rugzakje (leerlinggebonden financiering) te realiseren. Hiermee garanderen wij dat de extra tijd die beschikbaar is om zorg te bieden aan deze kinderen daar ook daadwerkelijk voor ingezet wordt.
 
4.2.5 Leerkracht NT2
Het komt voor dat kinderen de Nederlandse taal nog niet erg goed beheersen, omdat zij een andere thuistaal hebben geleerd (bijvoorbeeld kinderen van allochtone ouders). Om hen een goede kans te bieden de school zonder veel problemen te doorlopen, bieden wij in zo€n geval NT2- onderwijs (Nederlands als 2e taal). Een leerkracht krijgt hiertoe een aantal lesuren toegewezen.
 
4.2.6 Leesspecialist
De leesspecialist is een leerkracht met een post-HBO-opleiding op het gebied van de leesontwikkeling bij kinderen. Naast de eigen leerkracht volgt de leesspecialist ook de leesontwikkeling bij de kinderen. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de leesontwikkeling niet naar wens verloopt, adviseert en ondersteunt de specialist de leerkracht bij het bieden van onderwijs op maat. Tevens verricht de specialist eventueel vooronderzoeken en legt contact met ouders en/of externe organisaties als dat nodig is.
 
4.2.7 ICT-coördinator
De school heeft een aantal ICT-cordinatoren. Deze teamleden hebben als taak het onderwijs op het gebied van informatietechnologie in de school vorm te geven (zie ook hoofdstuk 8.2).
 
4.2.8 Directeuren en adjunct-directeur
Samen vormen zij de directie van de school. De directeuren geven geen les aan een groep. Zij hebben de algehele leiding over de school. De adjunct-directeur is eveneens vrijgeroosterd van lesgevende taken. De adjunct-directeur is belast met een aantal specifieke directietaken, waaronder de speciale zorg voor kinderen.
 
4.2.9 Ouders
Soms wordt aan ouders om hun (onmisbare) hulp gevraagd. We denken hierbij aan leeshulp in groep 3 en 4, assistentie bij begeleiding naar de zwem- of gymles, hulp bij projecten en feesten, begeleiding bij excursies en hulp bij de lessen in handvaardigheid.
 
Tijdens bepaalde activiteiten worden kinderen in groepjes verdeeld. Voor de groepen 1 en 2 streven wij ernaar de kinderen bij hun eigen ouder in te delen. Voor de groepen 3 t/m 8 doen wij dit bewust niet; ouders begeleiden dan in principe niet het groepje waarin hun kind zit. Alleen wanneer dit om organisatorische redenen onmogelijk is, wijken wij van dit besluit af.
 
4.2.10 Stagiair(e)s
Er zijn gelukkig steeds weer jonge mensen die voor het beroep van leraar basisonderwijs kiezen. Oefenen in de praktijk is dan een onmisbaar onderdeel van de studie. Wij willen deze leraren in spe graag de gelegenheid bieden zich op onze school te bekwamen in hun toekomstige vak. De begeleiding van de studenten is een taak die we graag op ons nemen. De stagebegeleiders van de PABO nemen regelmatig contact op met onze school om de vorderingen van de studenten te volgen.
 
ROC-stagiair(e)s krijgen i.v.m. hun opleiding tot klassen- of onderwijsassistent ook de gelegenheid om te oefenen in de praktijk.
 
Om zich te bekwamen in hun toekomstige vak, moeten stagiair(e)s opdrachten uitvoeren met groepjes of individuele leerlingen. Indien ouders hier bezwaar tegen hebben, dienen zij dit te melden bij de directie van de school. In overleg met betrokkenen zal dan naar een oplossing gezocht worden.
 
4.2.11 Deskundigen
Soms zullen deskundigen de school bezoeken. Na medisch onderzoek van de kinderen zal de schoolarts de resultaten daarvan met de betreffende leerkracht willen bespreken. Indien de ontwikkeling van een kind niet volgens de verwachting verloopt, dan zal de hulp van een psycholoog of orthopedagoog van de onderwijsbegeleidingsdienst Eduniek worden ingeroepen, om de situatie met ons te bespreken en te helpen een plan van aanpak te maken. De logopediste kan hulp bieden bij de spraak-taalontwikkeling van kinderen. Zij behandelt niet maar verwijst door. Externe hulp van deskundigen wordt nooit ingeroepen, zonder dat de ouders daarvan op de hoogte zijn. In een aantal gevallen zullen ouders zelfs toestemming moeten geven om externe hulp in te schakelen.
 
Ook kunnen wij in voorkomende gevallen een beroep doen op collegiale ondersteuning vanuit de school voor speciaal basisonderwijs, behorende bij het Samenwerkingsverband waarin de school participeert.
 
4.3 Overleg
Het team overlegt veelvuldig en op velerlei wijze:
 
Het team van De Malelande
In de algemene teamvergadering overlegt het gehele team over onderwijskundige, organisatorische en praktische zaken.
Tijdens de bouwbespreking overleggen de teamleden van boven-, midden-, en onderbouw over onderwijskundige, organisatorische en praktische zaken die op hun bouw van toepassing zijn. In het paralleloverleg spreken collega's van dezelfde jaargroepen met elkaar. Afstemmen van werkzaamheden, plannen van activiteiten e.d. komen daarbij aan de orde.
 
Het managementteam
Het managementteam wordt gevormd door de directie, de bouwteamleiders en de interne begeleiders. In zowel het management- als het directieoverleg worden o.a. zaken voorbereid en uitgewerkt aangaande beleid van de school, personeelsformatie, huisvesting, regelgeving.
 
Het zorgteam
In het zorgteamoverleg bespreken de directie, de interne begeleider, de remedial teacher en de NT2-leerkracht de activiteiten die gericht zijn op de speciale zorg voor leerlingen. De interne begeleider bespreekt regelmatig met individuele leerkrachten de ontwikkeling van de leerlingen.
 
Werkgroepen
Tot slot zijn er nog de verschillende werkgroepen die regelmatig bij elkaar komen, om de plannen die er zijn te vertalen naar in de praktijk hanteerbare activiteiten.
 
4.4 Het onderwijsaanbod
4.4.1 Het jonge kind
In de kleutergroepen gaan we zoveel mogelijk uit van kindgericht onderwijs. De belangstelling van de kinderen neemt een centrale plaats in, om zo de betrokkenheid en daardoor het effect van het spelend leren te vergroten. Er komen regelmatig verschillende thema€s aan de orde die aansluiten bij de belevingswereld van het jonge kind. Er wordt ook gewerkt rond thema's op het gebied van natuur en milieu, muziek, zang en dans.
 
In de kleutergroepen zijn verschillende hoeken aanwezig, zoals de bouwhoek, huishoek, lees-taalhoek, luister- en computerhoek. Om de ontwikkeling van de kinderen te blijven activeren en stimuleren, wordt de inhoud en inrichting van sommige hoeken af en toe veranderd.
 
Op het gebied van taalontwikkeling besteden wij aandacht aan vertellen, voorlezen, aanbieden van prentenboeken, kringgesprekken, versjes en taalspelletjes, zoals rijmen, raadsels en klankherkenning. Zo worden de passieve en actieve woordenschat, het logisch ordenen en leren vragen stellen gestimuleerd. Ook wordt het geheugen geoefend. Soms geven kinderen aan een grote belangstelling te hebben voor letters, het namaken van woorden, of het zelf maken en lezen van woorden en zinnen. Om aan bovenstaande behoefte tegemoet te komen is er een lees-taalhoek ingericht.
Om de kinderen verder te begeleiden in het ontdekkend leren lezen, maken wij o.a. gebruik van suggesties en materialen zoals die aangegeven worden in verschillende activiteitenmappen.
In de kleutergroepen wordt gewerkt met een klankkastje. In dit kastje zitten diverse aanknopingspunten om met kinderen te werken aan activiteiten die de taalontwikkeling stimuleren.
 
Bij voorbereidende rekenactiviteiten kunnen de kinderen zelfontdekkend bezig zijn. Bij het plannen van de activiteiten maken wij gebruik van de materialen behorend bij Schatkist rekenen. Deze zijn speciaal ontwikkeld om kinderen spelenderwijs in aanraking te laten komen met de diverse rekenaspecten. Met hetzelfde doel als waarmee het taalkastje wordt ingezet om taalactiviteiten in een groep te ontwikkelen, wordt nu gewerkt aan een rekenkastje.
 
De motorische ontwikkeling van het jonge kind neemt een centrale plaats in. Wij maken onderscheid tussen de grove en de fijne motoriek. De school heeft een leerlijn bewegingsonderwijs ontwikkeld die de basis vormt van activiteiten die in de loop van het jaar aan de orde komen. In de speelzaal en tijdens buitenspel komt veelal de grove motoriek aan de orde, waarbij kinderen verschillende soorten bewegingsactiviteiten doen, zoals klimmen/klauteren, rollen/duikelen, balanceren, springen. Ook werken wij met klein materiaal, zoals hoepels, pittenzakken en ballen. In de groep zijn allerlei activiteiten die de fijne motoriek stimuleren, zoals werken met ontwikkelingsmaterialen, waaronder kralenplank, zand-watertafel en klei. Er zijn ook knutselactiviteiten, waarbij verschillende technieken aan bod komen, zoals schilderen, stempelen, kleuren, vouwen, knippen en plakken.
 
Veiligheid en geborgenheid zijn noodzakelijk voor een goede ontwikkeling. Op verschillende momenten van de dag besteden wij hier aandacht aan. Door middel van spelletjes, verhalen en drama maken wij het jonge kind bewust van zichzelf en de ander, waarbij het accent ligt op respect en acceptatie.
 
In 2010-2011 maken wij een keuze voor een nieuwe methode (Kleuterplein), waarin per ontwikkelingsgebied aangegeven wordt welke (tussen)doelen bereikt moeten worden. Daarnaast geeft een methode suggesties omtrent activiteiten die daartoe kunnen leiden. Met behulp van deze methode kunnen de leerkrachten doelgericht onderwijs bieden aan kinderen, volgens een vastgelegde route. De methode moet structuur bieden, maar ook ruimte laten voor eigen inbreng van de leerkrachten.
 
4.4.2 Lezen
Sommige kinderen leren al lezen in de kleutergroepen. In groep 3 begint het leesonderwijs voor alle kinderen, want het is de bedoeling dat aan het einde van groep 3 alle kinderen een zekere leesvaardigheid beheersen. Wij werken in groep 3 met een methode voor aanvankelijk lezen: Veilig Leren Lezen. Dat niet alle kinderen even snel leren lezen is niet erg: de methode Veilig Leren Lezen biedt mogelijkheden om tegemoet te komen aan de verschillen die er zijn in leesontwikkeling van de kinderen. Na het aanvankelijk lezen wordt gewerkt aan begrijpend en studerend lezen. Hiervoor gebruiken wij de methode Tekst Verwerken.
 
4.4.3 Schrijven
In de kleutergroepen, of zelfs al eerder, kunnen kinderen vaak al wat woordjes schrijven, of liever tekenen. Ook oefenen wij dan met de kinderen de pengreep en de motoriek, die nodig is om een goede start te kunnen maken met schrijven. In groep 3 gaan we in de loop van het jaar beginnen met het €echte€ schrijfonderwijs, volgens de methode Schrijven in de Basisschool. Aanvankelijk langs strakke regels leren de kinderen in de loop van een aantal jaren steeds meer hun eigen handschrift te ontwikkelen. Het eindresultaat zal bij het ene kind wat mooier of sierlijker ogen dan bij het andere. Belangrijk vinden wij dat er sprake is van een zo duidelijk en regelmatig mogelijk handschrift.
 
4.4.4 Taal
Vroeger was het taalonderwijs vooral gericht op foutloos schrijven. Nog steeds is foutloos schrijven belangrijk, maar er is meer. Zo leren we de kinderen te verwoorden wat ze doen. We brengen ze in aanraking met poëzie en proza en laten hen daar ook mee werken. Ze leren luisteren naar wat een ander te vertellen heeft en mogen daarop reageren; hun eigen mening geven en die goed onder woorden brengen. Taal biedt de kinderen een uitstekende mogelijkheid tot communicatie. In ons taalonderwijs maken we onder meer gebruik van de methode Taal Actief.
 
4.4.5 Rekenen
Rekenen is niet alleen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. In het rekenonderwijs willen we de kinderen leren wat getallen voorstellen en wat je ermee kunt doen. We willen de kinderen vooral met inzicht leren werken. De kinderen leren rekenproblemen oplossen die ze in de praktijk van het dagelijks leven tegenkomen. Bovendien leren ze bijvoorbeeld grafieken lezen en zelf grafieken maken aan de hand van gegevens die ze zelf verzameld hebben. Voor het rekenonderwijs gebruiken we vanaf groep 3 de methode Pluspunt.
 
4.4.6 Wereldorinterende vakken
De kinderen leren dat er meer is dan hun eigen "huisje boompje beestje". Ze maken kennis met Nederland, Europa en de werelddelen. Ze horen en zien hoe mensen leven. We maken hierbij graag gebruik van de televisie als venster op de wereld. Voor de aardrijkskundelessen in de groepen 5 t/m 8 werken we met de methode De Wereld Dichtbij.
 
De kinderen leren over de geschiedenis van ons land en kijken dan vooral naar onderwerpen waarbij ze de situatie van vroeger kunnen vergelijken met die van onze tijd: arbeid, dieren, huizen, beroepen, kleding enz. Voor geschiedenis gebruiken we de methode Bij de Tijd.
 
In de biologielessen laten we kinderen vooral kijken naar dat wat dicht in de buurt is. Speciaal voor deze lessen maken we gebruik van lesmateriaal van het CNME (centrum voor natuur en milieueducatie), gelegen op "Landgoed De Schothorst". De projecten van dit centrum brengen de kinderen in direct contact met de natuur. Tijdens de projectweken wordt gewerkt aan een bepaald onderwerp, bijv. waterdieren. De kinderen vangen die zelf in de sloot, bestuderen ze en laten ze daarna weer los. Andere projecten zijn: bodemdieren, vlinders, stenen en fossielen enz. Wij besteden ook aandacht aan het kennismaken met het eigen lichaam, in relatie met anderen en de leefomgeving.
 
4.4.7 Catechese
Bij de geloofsontwikkeling werken we vanuit de catechesemethode Trefwoord rond thema€s die dicht bij de belevingswereld van de kinderen liggen. We willen samen met de kinderen €op verhaal komen€. Zij vertellen hun eigen ervaringen en samen kunnen we daarover praten. Wij vertellen de oude verhalen uit de bijbel en met elkaar ontdekken we dat de inhoud ervan nu nog steeds actueel is. Kinderen kunnen ook alleen maar luisteren naar bijbelverhalen en zo bekend worden met de vraagstukken over arm en rijk, groot en klein, macht en onmacht, enz. Wij vieren de christelijke feestdagen.
Daarnaast is er contact tussen een pastor van de parochies in Amersfoort en de directies van de katholieke scholen uit Amersfoort Noord.
 
4.4.8 Project Relaties en Seksualiteit
Eén thema willen wij in de loop van een schooljaar vast laten terugkeren. Tussen de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie besteden wij in alle groepen aandacht aan relaties en seksualiteit. Relaties, omdat wij het belangrijk vinden dat kinderen leren dat vriendschappen belangrijk zijn; dat vriendjes maken niet altijd vanzelf gaat en dat het moeite vraagt om vriendschap te onderhouden.
 
Seksualiteit, omdat wij vinden dat de school, in aanvulling op de seksuele opvoeding thuis, kinderen moet leren om op een respectvolle manier met seksualiteit om te gaan. Dat begint bij hygine en de verschillen tussen meisjes en jongens als lespunten in de onderbouw tot verliefd zijn en seksuele voorlichting in de midden- en bovenbouwgroepen.
 
Wij willen met deze lessen niet de taken van de ouders/verzorgers overnemen, maar wel bevorderen dat kinderen leren om respectvol met elkaar te praten over onderwerpen die raken aan relaties en seksualiteit. Tevens willen wij kinderen leren hun eigen grenzen aan te geven en die van anderen te respecteren.
 
4.4.9 Sociaal-emotionele ontwikkeling  
Het is algemeen bekend dat mensen beter in de maatschappij kunnen functioneren, wanneer zij goed in hun vel zitten. Steeds meer berichten bereiken ons, dat met een goede ontwikkeling van de emotionele intelligentie (EQ) meer in het leven bereikt wordt, dan met louter en alleen een goede ontwikkeling van de cognitieve intelligentie (IQ).
 
Een voorbeeld:
Nieuwe kinderen, die in de loop van een schooljaar op school komen, proberen zich een plekje te veroveren binnen de reeds bestaande groep. Sommige kinderen zijn hier heel handig in, terwijl andere kinderen hier moeite mee hebben. Maar ook voor kinderen die al veel langer bij ons op school zitten, kan het heel moeilijk zijn een nieuw kind in de groep te accepteren, of zich volgens de algemeen geldende gedragsnorm te gedragen. En hoe ga je als kind en leerkracht op de juiste wijze om met kinderen die tegen dergelijke problemen aanlopen?
 
Om kinderen goed te kunnen begeleiden in hun sociale en emotionele ontwikkeling en tevens een goede bijdrage te kunnen leveren aan een positief school- en klassenklimaat, gebruiken wij de methode Leefstijl. Door gebruik te maken van deze methode, werken wij met de kinderen via thema"s aan onderwerpen die dichtbij de kinderen staan. Het gaat er vooral om, bij de kinderen een positief zelfbeeld te vormen, een goede sfeer in de klas te scheppen en een aantal basisvaardigheden op het gebied van omgaan met elkaar te leren beheersen. Daaronder vallen bijvoorbeeld het luisteren naar een ander, het uiten van de eigen gevoelens en het omgaan met de gevoelens van een ander.
In de groepen 1 t/m 8 wordt wekelijks met de methode gewerkt. Door middel van een bericht in de Donderdagkrant informeren we de ouders per thema over de lessen die aan de orde komen.
 
4.4.10 Expressie-activiteiten
Om zich te kunnen uiten moeten kinderen een aantal instrumenten (vaardigheden) tot hun beschikking hebben. Vandaar dat we de kinderen een veelheid van technieken en materialen aanbieden om mee te leren omgaan. Kinderen leren zich te uiten door te tekenen en te schilderen, maar bijv. ook door het maken van poppen van papier-maché en er daarna mee te spelen. Door verhalen of gedichten te schrijven kunnen ze uiting geven aan wat ze voelen of denken. Ook muziek, drama en dans worden als expressiemiddelen gebruikt. In onze school worden daarvoor in verschillende groepen lestijden ingevuld door specialisten in ons team op het gebied van dans en drama.
 
Bij de planning van de expressieactiviteiten maken we o.a. gebruik van de hulp die ons wordt geboden door Kunst Centraal. Ook roepen wij wel de hulp in van Scholen in de Kunst. Kunst Centraal bemiddelt ook bij het aanbod van voorstellingen in diverse vormen van de kunst. De kinderen kunnen zo in aanmerking komen voor een bezoek aan een dans- of muziekvoorstelling, toneel, enz.
 
4.4.11 Lichamelijke opvoeding
Bewegen is van grote betekenis voor de totale ontwikkeling van een kind. Bovendien bevordert bewegen een goede gezondheid. Kinderen bewegen zich op vele manieren en voegen daar nieuwe manieren aan toe: lopen, rennen, springen, klauteren, touwklimmen, duikelen enz. Bij sommige activiteiten zullen kinderen moeten samenwerken om de opdracht te kunnen volbrengen. Kinderen hebben er behoefte aan om hun grenzen steeds te verleggen, steeds meer te durven.
 
In onze bewegingslessen willen we aan die behoefte van de kinderen voldoen, waarbij we steeds de veiligheid voor de kinderen goed in het oog houden. In spelsituaties maken de kinderen kennis met winnen en verliezen, samen spelen, tegen hun verlies kunnen, rekening houden met elkaar. Voor zowel oefeningen als spel doen we ideen op uit de methode Basislessen Bewegingsonderwijs.
 
Naast de gymlessen krijgen de kinderen van de groepen 4 en 5 een half jaar zwemles. Enerzijds zijn deze lessen gericht op het behalen van diploma's voor kinderen die nog geen diploma hebben, anderzijds kan de les beschouwd worden als een natte gymles die vooral gericht is op het vergroten van de zwemvaardigheid. We hopen dat we de kinderen voldoende plezier in bewegen mee kunnen geven om dat ook later, in hun verdere leven te blijven doen. Om het vervoer naar het zwembad mogelijk te maken, wordt de ouders van de kinderen die zwemles krijgen d.m.v. een brief gevraagd om een vrijwillige bijdrage.
 
4.4.12 Kieskasten
In deze kasten zitten materialen, waaruit de kinderen op bepaalde momenten in de week kunnen kiezen. Zij zijn dan niet gebonden aan wat de leerkracht voor hen bedacht heeft, maar kunnen wat meer de regisseur zijn over hun eigen leren. Voor ons is dit een stap op weg naar steeds meer zelfstandig werken.
 
4.4.13 Benutting van de onderwijstijd
We willen u een indruk geven van de tijd die per week besteed wordt aan de verschillende vak- en vormingsgebieden. De getallen die gebruikt zijn, geven een gemiddelde aan. Ook zullen per groep kleine accentverschillen zijn.
 
In de groepen 1 t/m 4 houden wij rekening met een in de wet vastgelegd minimum aantal lesuren van 880 uur per leerjaar. Een schoolweek omvat 23 uur lestijd. Voor de groepen 5 t/m 8 geldt een minimum van 1000 lesuren per leerjaar. Hier omvat een schoolweek 26 uur. In de roosters houden wij rekening met een marge om onvoorziene lesuitval op te kunnen vangen.
 
In de onderbouw komen veel onderwijsactiviteiten de hele dag door aan de orde. Het is daarom moeilijk om de diverse activiteiten in een rooster te vangen en daarmee de tijd die besteed wordt aan de diverse onderwijsactiviteiten aan te geven. Werken aan de taalontwikkeling gebeurt soms gericht, volgens een vooropgezet plan, maar kan in allerlei andere situaties ook aan de orde komen (spel, drama, liedjes, enz). Werken aan de ontwikkeling van de motoriek kan in een spelles heel gericht, volgens een instructie gebeuren, maar tijdens het buitenspel werken kinderen ongemerkt aan de ontwikkeling van hun motoriek.
 
Er zijn groepsgebonden activiteiten en activiteiten die meer gericht zijn op de individuele ontwikkeling van de kinderen die iedere dag aan de orde komen. Zo wordt er gewerkt aan de taalontwikkeling, de rekenontwikkeling, wereldverkennende activiteiten en de motoriek. Veel aandacht wordt besteed aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen; enerzijds doelgericht (bijvoorbeeld in de kring of middels de methode Leefstijl), anderzijds als "incident", als de gelegenheid zich voordoet.
 
In de loop van een schooldag wisselen verschillende activiteiten elkaar af. Zo begint de dag met een kring. Daarna volgt een spelles (binnen of buiten) of een werkles. Rond 10.00 uur is er een eet- en drinkpauze. Daarna is er weer een spel- of werkactiviteit. De ochtend wordt afgesloten met een groepsgebonden activiteit. De middag begint veelal weer in de kring, waarna een spelles en een werkles elkaar afwisselen. Tot slot wordt de dag beindigd met een gezamenlijke activiteit.
 
In de groepen 3 t/m 8 wordt niet altijd evenveel tijd besteed aan taalactiviteiten, zoals lezen, spelling, taaloefeningen en schrijven, aan rekenonderwijs en de wereldorinterende activiteiten. Hoeveel tijd dat per onderwijsgebied is, hangt mede af van accenten die wij in de verschillende klassen willen leggen op dat onderdeel. In iedere groep wordt ook iedere week aandacht besteed aan de sociaal-emotionele vorming en opvoeding tot gezond gedrag. Hetzelfde geldt voor expressieactiviteiten. De kinderen krijgen iedere week twee bewegingslessen. Aan catechese wordt wekelijks aandacht geschonken. De ochtendpauzes duren uur per dag.
 
4.4.14 Huiswerkbeleid
In het schooljaar 1999-2000 is er na uitgebreid overleg tussen alle teamleden een beleidsstuk gemaakt dat handelt over het al dan niet geven van huiswerk aan kinderen. Bij ons op school hebben we ervoor gekozen de kinderen niet structureel huiswerk te geven. Wij vinden dat kinderen na een lange dag van hard werken op school recht op ontspanning hebben. Even belangrijk als het werkend leren op school, vinden wij het spelend leren thuis en in de nabije leefomgeving. Bovendien moeten kinderen ook leren hun vrije tijd te besteden, anders dan door het maken van huiswerk. In de komende jaren gaan wij ons huiswerkbeleid evalueren. Wij willen daarmee een antwoord vinden op de vraag of het goed is om het huidige beleid te continueren, of dat een aanpassing daarop gewenst is.
 
Slechts wanneer het gaat om enkele automatiseringsoefeningen (denk bijvoorbeeld aan het leren van tafels), of om het voorbereiden van een spreekbeurt of boekbespreking kan een kind gevraagd worden hier thuis mee aan de gang te gaan. Wanneer een kind weigert op school aan het werk te gaan, zal uiteraard eerst onderzocht worden wat de reden hiervan is. Als blijkt dat er sprake is van onwil, behouden wij ons het recht voor kinderen het werk mee naar huis te geven. Voorafgaand zullen wij contact opnemen met de ouders. Wij vertrouwen dan op medewerking van de ouders om het werk alsnog af te krijgen.
 
4.5.1 Feesten en vieringen
Naast de gewone feesten die we door het jaar heen vieren, zoals sinterklaas-, kerst-, paas- en eindejaarsfeest zijn er andere aangelegenheden die we aangrijpen om met elkaar feest te vieren. Die feesten staan niet jaarlijks als een vast programmapunt op het rooster. Zo kan er een winterdag of een lentedag georganiseerd worden of wordt er speciale aandacht gegeven aan dierendag. Natuurlijk is ook de verjaardag van de juf of de meester een dag waar de kinderen al lang van te voren naar uitkijken.
 
4.5.2 Schoolreisje / schoolkamp
Een keer per jaar gaan de kinderen van groep 1 t/m 7 op schoolreisje. Jaarlijks worden door het team en de Ouder Activiteiten Commissie het reisdoel en de wijze van vervoer vastgesteld. De kinderen van groep 8 gaan aan het begin van het schooljaar op kamp. Twee nachten van huis om samen met de klas van alles te beleven: een begin van een mooie afsluiting van de basisschooltijd.
 
4.5.3 Sportdag
In de loop van het jaar wordt een sportdag georganiseerd die voor de kinderen vanaf groep 3 t/m 7 op de atletiekbaan gehouden wordt. De kinderen kunnen zich op die dag met elkaar meten op het gebied van hardlopen, hoogspringen, verspringen enz. Ook voor de kinderen uit de groepen 1 en 2 wordt een sportdag georganiseerd met sportactiviteiten die aansluiten op het niveau van de kleuters. Deze dag kan op de atletiekbaan plaatsvinden, maar ook op het schoolplein of in de nabije omgeving van de school. Het doorgaan van deze dag is altijd afhankelijk van het weer. Als de sportdag vanwege het slechte weer niet door kan gaan, ontvangen ouders daarover daags tevoren bericht.
 
4.5.4 Excursies / theaterbezoek
Soms zijn we in de gelegenheid om met een groep op excursie te gaan naar een voor de kinderen interessante plek. Voor de jongste kinderen kan dat een boerderij zijn of het ziekenhuis. Met de oudere kinderen kunnen we naar een bijzondere tentoonstelling gaan, of brengen we wellicht een bezoek aan het "oude mannenhuis", waar een stukje van de geschiedenis weer levend wordt. Ook worden, zoals eerder vermeld, toneel- en dansvoorstellingen bezocht, behorend bij de projecten van Kunst Centraal.
 
4.5.5 Schoolorkest
Onder leiding van een ouder speelt een aantal kinderen van onze school in een schoolorkest. Enthousiaste kinderen die enige tijd les hebben gehad in het bespelen van een instrument mogen spelen in dit orkest. Vorig jaar heeft het orkest tijdens de kerstviering de eerste uitvoering gegeven. Ook dit jaar zullen kinderen zich weer voor het schoolorkest kunnen aanmelden. Het orkest oefent op vrijdag aan het einde van de ochtend.
 
4.5.6 Buitenschoolse activiteiten
Op diverse momenten in het schooljaar worden er activiteiten georganiseerd die buiten de schooluren plaats vinden. Zo zijn er verschillende sporttoernooien waaraan de kinderen mee kunnen doen. Uit het uitgebreide aanbod wordt ieder jaar door teamleden en/of ouders een selectie gemaakt. Ook de jaarlijkse avondvierdaagse hoort daarbij.
 
4.5.7 Ouderbijdrage
Het organiseren van bovenstaande activiteiten is mede afhankelijk van de ouderbijdrage die de ouders aan de school betalen. Deze bijdrage is vrijwillig, maar ouders moeten zich realiseren dat de school veel activiteiten niet zal kunnen organiseren zonder deze inkomsten. De Ouder Activiteiten Commissie van de school regelt het innen van de ouderbijdragen. Ieder jaar wordt in een begroting vastgelegd welke uitgaven gedaan zullen worden. Aan het einde van het jaar wordt over de uitgaven verantwoording afgelegd in een jaarvergadering. Verdere informatie wordt gepubliceerd op de website van de school onder "ouders in de school".
 
4.6 Zorg voor veiligheid
De veiligheid van de kinderen in school is een heel belangrijk punt. Kinderen moeten zich veilig voelen in hun omgeving en in de sociale omgang met anderen. De school wil dat alle betrokkenen respectvol met elkaar omgaan. De school tolereert geen enkele vorm van geweld. Wij denken hierbij aan fysiek en verbaal geweld, maar ook aan seksuele intimidatie.
De school zal steeds initiatieven nemen om met kinderen te bespreken hoe wij met elkaar moeten omgaan.
Wat een probleem van alle jaren lijkt, is pestgedrag. Om pesten tegen te gaan hanteert de school een pestprotocol, waarmee wij pesten bespreekbaar maken en proberen de kinderen handvatten te geven om zich te weren tegen pestgedrag.
Een document dat de school ter beschikking staat om te handelen in ernstiger gevallen is het document "Protocol schorsing en verwijdering van leerlingen", vastgesteld door KPOA.
 
Wij zijn alert op de veiligheid van het interieur van de schoolgebouwen, bijv. van kapstokken, meubels, verlichting. Ook buiten de gebouwen zullen we acht slaan op de veiligheid van de kinderen. Daarbij denken we o.a. aan de speeltoestellen en de afscheiding van de speelplaats van de openbare weg. Een periodieke veiligheidsinspectie moet zwakke punten aan het licht brengen, zodat die verbeterd kunnen worden.
 
De school stelt ieder jaar in het kader van de Arbo-wet een plan van aanpak op. In dit plan staat vermeld welke acties ondernomen worden om de omstandigheden op school betreffende veiligheid, gezondheid, welzijn en beperking van het ziekteverzuim te verbeteren.
 
Op elke locatie is een aantal teamleden aanwezig dat een cursus Bedrijfs Hulp Verlener (BHV-er) heeft gevolgd. De BHV-ers gaan regelmatig op herhalingscursus om bij te scholen.
 
In geval van brand of andere calamiteiten is het belangrijk dat de school snel en veilig wordt ontruimd. Om dit, indien nodig, zo goed mogelijk te kunnen realiseren, is er voor iedere locatie een ontruimingsplan opgesteld en worden er jaarlijks ontruimingsoefeningen gehouden.
 
Ook is er bijzondere aandacht voor de route naar school. De kruising Zeldertsedreef/ Watersteeg wordt beveiligd door de inzet van verkeersbrigadiers. De verkeersouders van de drie scholen cordineren het brigadieren. Deze overzetdienst kan uitsluitend functioneren door de inzet van voldoende ouders van de drie scholen in Nieuwland. In de loop der jaren blijkt het voldoende kunnen inzetten van ouders steeds moeilijker te zijn, hetgeen een grote zorg voor de toekomst vormt. Voor maatregelen die de bijzondere verkeerssituatie en het halen en brengen van kinderen betreffen, verwijzen wij graag naar de website van de school.
 
Soms maken de kinderen naast het jaarlijkse schoolreisje een extra uitstapje (zie hoofdstuk 4.5). Om het vervoer naar de betreffende locatie op een veilige manier te kunnen laten plaatsvinden, heeft de school ervoor gekozen de kinderen met busjes van een taxibedrijf te laten vervoeren.
Wij zien hier de volgende voordelen:
- Kinderen zitten tijdens de rit vast.
- Kinderen zijn tijdens de rit verzekerd.
- Meer kinderen per auto betekent minder bestuurders dus minder risico op de weg.
- Zekerheid van het hebben van vervoer.
- Veilig gevoel voor de leerkracht en ouders.
Om dit financieel mogelijk te maken, vragen we de ouders jaarlijks naast de gewone ouderbijdrage, een extra bijdrage te betalen. Deze bijdrage wordt door de Ouder Activiteiten Commissie gend. Voor meer informatie verwijzen wij naar de website van de school. De grotere kinderen kunnen in een aantal gevallen op de fiets naar een adres buiten de wijk (bijvoorbeeld De Schothorst). Wij hopen in dat geval te mogen rekenen op ouders die bereid zijn de groep fietsende kinderen mede te begeleiden.
 
4.7 Foto's, film en privacy
Het komt voor dat ouders het leuk vinden foto's of filmopnamen te maken van hun kind in de klas of op het speelplein. Dat is niet zomaar toegestaan. In de huidige tijd kunnen foto's en film op allerlei plaatsen op het internet geplaatst worden. In dat geval is niet meer duidelijk welke personen over de opnamen kunnen beschikken, waardoor de privacy niet meer gewaarborgd is.
Ouders kunnen aangeven dat zij niet willen dat hun kind op foto of film wordt vastgelegd, door dat schriftelijk kenbaar maken bij de administratie van de school. Als externen opnamen willen maken voor enig doeleinde, zal de school van tevoren altijd toestemming vragen aan de ouders van de betreffende groep. Voor opnamen die bestemd zijn voor intern gebruik en plaatsing op de website, zie 7.2.2.1.
 
4.8 GGD
De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Midden Nederland onderzoekt jaarlijks alle kinderen op 5/6-jarige leeftijd en 10/11-jarige leeftijd. Dit onderzoek vindt op school plaats. Voordat het onderzoek plaatsvindt, krijgen de ouders een brochure en een vragenlijst toegestuurd.
Het onderzoek wordt gedaan door de doktersassistent en zal zich beperken tot lengte, gewicht, oren, ogen. Het kind kan tijdens het onderzoek de kleding aanhouden. Na het onderzoek vult de assistent een formulier in met de bevindingen en krijgt het kind dit mee in een envelop. Mocht er een aanleiding worden gevonden om over te gaan tot een uitgebreider onderzoek, dan wordt contact opgenomen met de ouders van het kind.
 
4.9 Overblijven
Tussen de middag kunnen de kinderen op school overblijven. De organisatie daarvan is in handen van Brood en Spelen. Aan het overblijven zijn kosten verbonden. Om de wettelijke aansprakelijkheid voor de organiserende en helpende ouders te dekken, heeft het schoolbestuur een verzekering afgesloten. Meer informatie is te vinden op de website onder "school-overblijven".
 
4.10 Buitenschoolse opvang (BSO)
Met ingang van 1 augustus is de school verantwoordelijk voor de BSO. De school vangt zelf geen kinderen op. De Stichting KPOA heeft gekozen voor het makelaarsmodel. Er is een contract gesloten met een 2-tal aanbieders van BSO. Het betreft hier de SKA en de SKON, die beide actief zijn in de wijk Nieuwland. Met het tekenen van het contract heeft de school voldaan aan de inspanningsverplichting die volgens de wet wordt gevraagd.
 
Om gebruik te maken van de BSO, dienen ouders zelf contact op te nemen met een dergelijke instantie. Het contract dat het bestuur (en dus de school) heeft afgesloten met de aanbieders van BSO biedt de ouders geen garantie voor een plaats voor buitenschoolse opvang. Adressen en telefoonnummers van de aanbieders van BSO vindt u in hoofdstuk 12 van deze schoolgids.
 
Uiteraard is het belangrijk dat de school ervan op de hoogte is, wanneer welke kinderen gebruik maken van de BSO. Onze administratief medewerkster actualiseert gedurende het schooljaar de lijst met leerlingen die gebruik maken van de BSO. Indien er wijzigingen komen in het gebruik van de BSO, stellen wij het dan ook zeer op prijs, wanneer ouders zowel de leerkracht als onze administratief medewerkster hiervan, liefst schriftelijk, op de hoogte stellen.
 
4.11 Sponsoring
De school stelt zich terughoudend op waar het gaat om sponsoring. Wij houden ons aan het convenant sponsoring dat is gesloten tussen overheid, besturenorganisaties, ouderorganisaties e.a. Indien er activiteiten ontwikkeld worden waarbij de school zich laat sponsoren, zal daarvoor instemming gevraagd worden aan de Medezeggenschapsraad.
 
Sponsoractiviteiten worden bij voorkeur genitieerd in samenwerking met de OAC. Verantwoording over de besteding van de gelden wordt gegeven via het informatieblad van de school, de Donderdagkrant.
 
5  De zorg voor kinderen
Uitgangspunt bij de leerlingenzorg is dat niet alle kinderen zich in hetzelfde tempo ontwikkelen. Ook de wijze waarop kinderen zich ontwikkelen kan verschillend zijn.
 
5.1 Zorg voor het jonge kind
De formatie voor de onderbouw (groep 1 t/m 4) wordt ingezet om het onderwijs in deze groepen zo goed mogelijk te organiseren. De gemiddelde groepsgrootte in de kleutergroepen gedurende het schooljaar is ongeveer 25 leerlingen. In de kleutergroepen starten wij met groepen waarin rond de 20 kinderen zitten en dat aantal groeit in de loop van het schooljaar tot 28  29 leerlingen. Ook in de groepen 3 en 4 streven we naar een maximale groepsgrootte van 28  29 kinderen.
 
5.2 Zorg voor het oudere kind
De groepen 5 t/m 8 zullen aanmerkelijk groter kunnen zijn dan in de onderbouw. De school streeft er naar deze groepen niet groter te laten zijn dan 32 leerlingen. Waar mogelijk bieden we ook de oudere kinderen extra hulp in de vorm van remedial teaching (RT., ev. NT2).
 
5.3 Het leerlingvolgsysteem
Om een ononderbroken ontwikkeling te kunnen bewaken, worden de kinderen d.m.v. ons leerlingvolgsysteem systematisch gevolgd. De interne begeleider bespreekt op vaste momenten in het schooljaar de vorderingen van de leerlingen. Het adaptief onderwijs geeft de leerkrachten de instrumenten om het onderwijsprogramma zo goed mogelijk af te stemmen op de individuele mogelijkheden van de kinderen. Met behulp van observatielijsten kijkt de groepsleerkracht heel gericht naar het gedrag van kinderen, de wijze waarop het kind omgaat met groepsgenoten, zijn uitingen van al of niet welbevinden, de betrokkenheid met zijn omgeving. Door middel van lees-, reken- en taaltoetsen meet de school regelmatig de wijze van beheersing van de aangeboden leerstof. Deze toetsen zijn een vast onderdeel van de op school gebruikte leerboeken. Daarnaast nemen we de zogeheten Cito-toetsen af. Dat zijn algemene, landelijke toetsen, die de resultaten meten los van de eigen leermethoden. Voor de midden- en bovenbouw zijn er twee toetsmomenten per jaar voor de leerstofonderdelen rekenen, taal en lezen. Na elke toetsperiode worden de toetsresultaten geanalyseerd. Aan de hand van de bevindingen wordt eventueel een hulpplan opgesteld. De groepsleerkracht zet planmatig, gedurende een bepaalde tijd, de beschikbare middelen in. Daarna volgt opnieuw een toetsing om na te gaan of de hulp effectief is geweest.
 
5.4 Het bijhouden van gegevens over leerlingen
Van iedere leerling wordt een leerlingendossier aangelegd. Daarin staan de toets- en rapportgegevens, notities over besprekingen van het kind door het team, aantekeningen van de gesprekken met de ouders, verslagen van speciale onderzoeken en de plannen voor extra hulp aan het kind. Ook worden er observaties toegevoegd over de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind, over zijn werkhouding en de taakaanpak.
 
Het leerlingendossier is strikt vertrouwelijk. De interne begeleider beheert het dossier en bewaakt de privacy. Ouders hebben uiteraard het recht van inzage. Voor het raadplegen van een dossier moet een afspraak gemaakt worden met de interne begeleider of de directie van de school.
Indien de school een leerlingendossier met anderen wil bespreken, bijvoorbeeld met een schoolbegeleidingsdienst, wordt eerst toestemming gevraagd aan de betrokken ouders. Bij de vorming van het leerlingdossier, wordt rekening gehouden met het €reglement verwerking leerlinggegevens€ zoals dat door het bestuur van de SKPOA e.o. is vastgesteld.
 
5.5 De begeleiding van de kinderen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs
Na het basisonderwijs gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. De leerlingen van groep 8 worden in hun laatste schooljaar voorbereid op de overgang naar het vervolgonderwijs. Kinderen en ouders worden bij hun keuze ondersteund door de leerkracht van groep 8. Op ouderavonden worden de ouders genformeerd over de vele mogelijkheden die er zijn. De scholen voor voortgezet onderwijs stellen ouders en kinderen in de gelegenheid de school te bezoeken op de kijkavonden.
 
De gegevens uit het leerlingvolgsysteem, de verwachtingen van het team over de mogelijkheden van het kind en de resultaten bij de Cito eindtoets vormen tezamen de basis voor een advies. De groepsleerkracht heeft een adviserende rol in de uiteindelijke keuze voor een school voor voortgezet onderwijs. Dit advies wordt door de leerkracht van groep 8 met de ouders besproken. Uiteraard kunnen ouders van dit advies afwijken. De scholen voor voortgezet onderwijs beslissen zelf over toelating en plaatsing. De uitslag van de Cito eindtoets is voor de scholen voor voortgezet onderwijs en eerste uitgangspunt, maar zij nemen daarnaast het advies van de basisschool zeer serieus.
 
5.6 Verslaggeving aan de ouders
Drie keer per jaar zijn de ouders van alle kinderen in de gelegenheid om met de leerkracht over de ontwikkeling van hun kind(eren) te spreken. In groep 3 t/m 8 wordt twee keer per jaar een schriftelijke rapportage meegegeven. In de schriftelijke rapporten staan de vorderingen in de verschillende vakken vermeld. De beoordelingen worden gegeven in de woorden onvoldoende-matig-voldoende-ruim voldoende en goed. Het werktempo waarderen wij met: te hoog-goed-te laag. Rondom de contactmomenten m.b.t. de rapportage krijgen de ouders een uitnodiging met de groepsleerkracht te spreken. Wij gaan er vanuit dat schriftelijke rapportage en oudergespreken samen de volledige rapportage vormen omtrent de ontwikkeling van het kind. Daarom is een aantal van deze gesprekken verplicht. Voor de kleuters wordt nog geen schriftelijke rapportage opgesteld. Wel worden de ouders van de groepen 1 en 2 voor gesprekken uitgenodigd. Aan het einde van groep 2 ontvangen de kinderen een verslag omtrent hun ontwikkeling in het afgelopen schooljaar. Voor uitgebreidere informatie over de contactmogelijkheden tussen ouders en leerkrachten verwijzen wij naar hoofdstuk 2.5.1.
 
5.7 De speciale zorg
Is extra hulp voor een bepaald kind binnen groepsverband niet te realiseren, dan wordt de hulp ingeroepen van de remedial teacher. Dit is de leerkracht, die speciaal belast is met het helpen van individuele kinderen of van een klein groepje kinderen. De ouders worden door de groepsleerkracht op de hoogte gehouden van de vorderingen.
 
Kinderen die er nog niet aan toe zijn om naar een volgende groep te gaan, kunnen beter een jaartje blijven zitten. We nodigen de ouders vroegtijdig uit om onze zorg betreffende de ontwikkeling van de leerling te bespreken. De mogelijkheid van doubleren komt in dit gesprek zeker aan de orde. Een beslissing om te komen tot zittenblijven wordt voorafgegaan door een procedure. De groepsleerkracht vraagt advies aan betrokken collega's en interne begeleider. Uiteindelijk maakt de leerkracht een beargumenteerde voordracht om een leerling te laten doubleren. Tijdens een zorgteamoverleg wordt de voordracht besproken. In een speciale zitting van het zorgteam (directie, interne begeleider, remedial teacher en NT2-leerkracht) wordt de beslissing tot doubleren genomen. De school behoudt zich het recht voor, uiteindelijk te beslissen over doorgaan naar de volgende groep of blijven zitten.
 
Als het werken aan problemen meer specialistische hulp vereist, wordt in overleg met de ouders besloten een onderzoek te laten doen door een deskundige van buiten de school, bijvoorbeeld door iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst Eduniek.
 
Ook kan het voorkomen dat, ondanks alle inspanningen van de school, het kind beter op zijn plaats is op een school voor speciaal (basis)onderwijs (SO of SBO). In overleg met de ouders en na uitvoerig onderzoek kan zo'n leerling verwezen worden naar een school voor speciaal (basis)onderwijs. Zo'n school beschikt over meer gespecialiseerde deskundigen om leerlingen met leer- en gedragsproblemen of met stoornissen in hun ontwikkeling te helpen. Ouders die hun kind willen aanmelden bij een school voor speciaal basisonderwijs dienen een beschikking voor toelaatbaarheid aan te vragen bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband (NIS). De basisschool dient deze aanvraag vergezeld te laten gaan van een onderwijskundig rapport. De ouders mogen rekenen op begeleiding van de basisschool bij de voorbereiding en plaatsing van hun kind op de school voor speciaal basisonderwijs. Al vele jaren is het gemiddelde aantal leerlingen dat per jaar uitstroomt naar het speciaal (basis)onderwijs ruim beneden het landelijk gemiddelde.
 
Om de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen zo goed mogelijk te kunnen begeleiden, hebben wij een "protocol voor intelligente en (hoog)begaafde kinderen" ontwikkeld. Een gedeelte van het team heeft een nascholingscursus gevolgd bij Eduniek. Bij Eduniek kunnen wij ook aankloppen voor extra hulp en materialen, om voor deze kinderen zoveel mogelijk inspirerend en uitdagend onderwijs te bieden. Door de vorming van een "projectgroep" met kinderen uit verschillende groepen willen wij proberen vorm te geven aan onze wens de meer- en hoogbegaafde kinderen die hieraan kunnen deelnemen de regisseur te laten zijn van hun eigen leren. Voorlopig komen alleen kinderen uit de hogere leerjaren in aanmerking. Zodoende kunnen wij ervaring opdoen met deze manier van werken.
 
Kinderen met een lichamelijke of zintuiglijke handicap die onze school bezoeken, kunnen we helpen, door onder meer gebruik te maken van de ambulante begeleiding die door externe organisaties wordt geboden. Zo worden wij ondersteund in de keuze van materialen, maar ook d.m.v. tips, waardoor de meer specifieke manier van werken met zulke kinderen voor ons gemakkelijker wordt. De ambulante begeleiding maakt onderdeel uit van €de rugzak€. Indien een kind ambulante begeleiding krijgt heeft het kind €recht€ op extra formatie. Er kan dan door een leerkracht, gedurende een aantal momenten in de week met zo'n kind meer individueel gewerkt worden.
 
Met het in werking treden van de wet op de leerling gebonden financiering (LGF) per 1 augustus 2003, zijn basisscholen in bepaalde gevallen verplicht een kind met een handicap te plaatsen. Indien een kind door de commissie van indicatiestelling (CVI) gendiceerd wordt voor een zogenaamde "rugzak", hebben ouders de vrijheid te kiezen voor een reguliere basisschool. Met deze "rugzak" kunnen, hetzij beperkt, extra faciliteiten t.b.v. het kind worden ingekocht. Uiteraard moet een school wel voldoende in staat zijn een kind met een bepaalde handicap goed op te vangen.
 
Het beleidsstuk "Leerlinggebonden Financiering" omvat een protocol dat als leidraad zal dienen bij de aannameprocedure. Ook zijn de criteria opgenomen die de school hanteert in de besluitvorming een leerling met een rugzakje wel of niet te plaatsen. Aan de hand van regelmatige evaluaties, waarbij de ouders betrokken worden, zal steeds opnieuw bekeken worden of verdere begeleiding van de leerling op school mogelijk blijft.
 
In het kader van de Pedagogische Remedial Teaching (PRT) wordt gewerkt met een zgn. speelpraatgroep. De speelpraatgroep is ontwikkeld met een duidelijk preventief doel: het voorkomen van sociaal- emotionele problemen bij kinderen op de basisschool door middel van een sociale vaardigheidstraining. De groepjes kinderen komen gedurende een bepaalde periode in het schooljaar wekelijks diverse keren bij elkaar. Het streven is, speelpraatgroepen vooral samen te stellen in de onderbouw. De mogelijkheid een speelpraatgroep te vormen, is afhankelijk van ruimte in de formatie.
 
Onze school maakt deel uit van het Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband (NIS). Het NIS is weer onderverdeeld in een aantal afdelingen. Binnen het NIS komen de interne begeleiders van de aangesloten scholen bijeen in netwerkwerkbijeenkomsten. Zij stellen jaarlijks een deelzorgplan op, waarin aangegeven wordt welke onderdelen van speciale zorg extra in de aandacht zullen staan. Door met elkaar ervaringen uit te wisselen, proberen de interne begeleiders van de aangesloten scholen hun deskundigheid te vergroten. Op deze wijze kan geprofiteerd worden van elkaars kennis en kunde en kan de school de speciale zorg voor de kinderen op een steeds professioneler niveau te brengen.
 
5.8 Toedienen van medicijnen
Het komt voor dat de school wordt gevraagd te helpen bij het toedienen van medicijnen aan leerlingen. Deze vraag kan variëren van het toedienen van een paracetamol tot aan het reguleren/toedienen van insuline. De verantwoording voor een juist gebruik van medicijnen is aanzienlijk. Na onderling overleg op school en op advies van de schoolarts van de GGD Eemland, heeft de directie besloten in geen enkel geval medicijnen door teamleden te laten toedienen. Wij willen wel toezien op het innemen van medicijnen, maar zijn niet verantwoordelijk voor het geval het om welke reden dan ook vergeten wordt en er mag van ons ook geen controle op de inname gevraagd worden. Wij kunnen dus wel helpen herinneren, maar het innemen van medicatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van het team. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen speciale afspraken gemaakt worden met de school, die vervolgens in een contract tussen ouders en school worden vastgelegd.
 
De directie respecteert de zorg die ouders voor hun kind hebben, maar vraagt begrip voor het besluit geen verantwoording te kunnen nemen, wanneer het gaat om medicijngebruik. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, wordt ouders verzocht zelf naar school te komen voor het toedienen van medicatie. Wanneer ouders hiertoe niet in staat zijn, ligt bij henzelf de verantwoording te zoeken naar een vervanger die geen teamlid is.
 
5.9 Naar een andere basisschool
Als een kind, bijv. door een verhuizing, naar een andere basisschool gaat, zorgt de school voor een onderwijskundig rapport. Daarin worden gegevens opgenomen die de overgang naar de nieuwe school mogelijk gemakkelijker kunnen maken.
 
6 Resultaten
In dit hoofdstuk willen we informatie geven over de resultaten van ons onderwijs. Sommige resultaten kun je direct meten, bijv. door middel van toetsing, andere niet. Door invoering en steeds verdergaande verbetering van ons leerlingvolgsysteem, is het mogelijk geworden de ontwikkeling van de kinderen nauwkeurig te volgen. Waar ontwikkelingen niet volgens verwachtingen verlopen, kan adequater hulp geboden worden. Werken volgens een op het kind toegesneden handelingsplan maakt onderwijs op maat in veel gevallen mogelijk.
 
Meer specifiek willen wij informatie geven over de volgende onderwerpen:
  • Cito eindtoets
  • Gegevens van het schooladvies
  • Verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs
  • Terugplaatsingen vanuit speciaal basisonderwijs
  • Overplaatsing naar een andere basisschool
  • Kinderen met ambulante begeleiding
  • Extra zorg voor de sociaal-emotionele ontwikkeling
6.1 Cito-eindtoets
De Cito-score wordt uitgedrukt in een standaardscore, een getal tussen de 500 en 550. De standaardscore van het schooljaar 2009-2010 is 536,9. Vergeleken met de resultaten van alle scholen in Nederland, ligt deze score boven het landelijk gemiddelde (535,2).
 
De standaardscores van de voorgaande 3 jaren waren:
In 2009: score 536,0
In 2008: score 534,1
In 2007: score 537,4
 
Wanneer we onze resultaten van 2009-2010 vergelijken met scholen die bezocht worden door een vergelijkbare leerlingenpopulatie, is er op het gebied van taal sprake van een score die boven het landelijk gemiddelde ligt. De deelscore voor spelling is hoger dan in voorgaande jaren, maar blijft voor de komende tijd extra aandacht vragen. De score op het gebied van woordenschat is ongeveer gelijk aan die van vorig jaar.
Bij het onderdeel rekenen is sprake van een hogere score in vergelijking met vorig jaar. De score voor rekenen ligt boven het landelijk gemiddelde.
Ook op het onderdeel studievaardigheden is sprake van een hogere score in vergelijking met vorig jaar. De score ligt ook boven het landelijk gemiddelde.
Tenslotte zijn de scores op het gebied van wereldoriëntatie hoger in vergelijking met vorig jaar. Daarmee wordt de dalende tendens in de scores voor aardrijkskunde en geschiedenis in de afgelopen jaren doorbroken. Wij zullen desondanks alert blijven op de ontwikkelingen op deze gebieden.
 
Naast het bovenstaande overzicht is er natuurlijk een aantal gegevens uit voorgaande jaren. Al deze gegevens samen geven de mogelijkheid om alert te zijn op ontwikkelingen in de school. Als ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, omdat er bijvoorbeeld een overwegend dalende tendens is in de resultaten, zullen er initiatieven worden ondernomen om tot verbetering te komen. Dat kan op korte termijn, maar het is ook mogelijk een verbeterplan op te nemen in het volgende schoolplan (2011-2015)
 
 
6.2 Gegevens van het schooladvies
De kinderen zijn de afgelopen jaren als volgt uitgestroomd:
 

VSO

VMBO

VMBO-T

VMBO-t/HAVO

HAVO/VWO

VWO

2005-2006

0%

12%

13%

17%

41%

17%

2006-2007

4%

2%

21%

17%

32%

25%

2007-2008

0%

17%

31%

15%

17%

20%

2008-2009

0%

6%

20%

31%

27%

16%

2009-2010

0%

8%

8%

18%

49%

17%


6.3 Verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs
In de afgelopen jaren is het aantal verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs steeds ruim onder de twee procent van het totaal aantal leerlingen van de school gebleven en blijft daarmee onder de landelijke norm.
 
6.4 Terugplaatsingen vanuit speciaal basisonderwijs
Het afgelopen jaar zijn er vanuit een school voor speciaal (basis)onderwijs 2 kinderen teruggeplaatst naar onze school.
 
6.5 Overplaatsing naar een andere basisschool
Er kunnen zich omstandigheden voordoen, waardoor het beter is dat een kind overgeplaatst wordt naar een andere school. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat ouders en school andere verwachtingen hebben over de ontwikkeling van een kind en de hulp die aan het kind geboden zou moeten worden. Soms kan de school niet bieden wat gevraagd wordt om een kind op een goede manier te begeleiden. In zo€n geval is het een optie dat zowel ouders als de school de mogelijkheid opperen het kind aan te melden bij een andere basisschool.
Ook is er altijd een mogelijkheid dat er door omstandigheden geen sprake meer is van wederzijds vertrouwen.
Uiteraard zal de school eerst alles in het werk stellen om de vertrouwensband te herstellen, maar als er een wens is een kind bij een andere basisschool aan te melden, zal de school daaraan medewerking verlenen.
 
6.6 Kinderen met ambulante begeleiding
Op onze school zitten kinderen die ambulant begeleid worden. Dat betekent dat zowel de leerkracht als het kind ondersteund worden in de begeleiding c.q. ontwikkeling. De ambulante begeleiding wordt geregeld vanuit de school voor speciaal (basis)onderwijs of vanuit het Regionaal Expertise Centrum.
 
6.7 Extra zorg voor de sociaal-emotionele ontwikkeling
De resultaten van activiteiten die wij op dit gebied ondernemen, zijn moeilijk meetbaar op de korte termijn. Bij de jongste kinderen bieden wij extra zorg d.m.v. speelpraatgroepen (zie ook 5.7 PRT). In de hogere leerjaren is Taakspel een middel om in de groepen te brengen tot een betere werkhouding. We vertrouwen erop dat deze extra aandacht op de langere termijn goede resultaten zal afwerpen en daarmee een bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling tot evenwichtige mensen.
 
7 De ontwikkeling van het onderwijs in de school
7.1 Schoolplan
In het schooljaar 2006-2007 heeft het team een schoolplan 2007-2011 gemaakt. Doel van dit schoolplan is helder te krijgen waar de school op dat moment staat en waar de school de komende jaren naar toe wil. In dit schoolplan staat onder andere beschreven wat er de afgelopen jaren binnen onze school gerealiseerd is en welke succes- en faalfactoren de school heeft gekend. In ons nieuwe schoolplan staat tevens te lezen op welke manieren en met welke hulpmiddelen vorm wordt gegeven aan het onderwijs. Tevens wordt aangegeven hoe de school invulling wil geven aan haar identiteit en hoe de school denkt de kwaliteit van het onderwijs te kunnen bewaken (beleidsplan kwaliteitszorg). Een belangrijk deel van het schoolplan vormt het meerjarenbeleidsplan.
Ouders die het schoolplan willen inzien kunnen contact opnemen met de directie van de school, om een exemplaar ter beschikking te krijgen.
 
7.1.1 Meerjarenbeleidsplan
Om sturing te kunnen geven aan de gewenste organisatorische en onderwijskundige ontwikkelingen voor de komende jaren, heeft het team een meerjarenbeleidsplan gemaakt. Het meerjarenbeleidsplan is onderdeel van het schoolplan en moet gezien worden als een verbeterplan. Om tot dit nieuwe plan te komen, is vooral gekeken naar de plannen die in het verleden al of niet succesvol zijn uitgevoerd, een analyse van het onderwijsaanbod en van zaken die het team betreffen (resultaat van o.a. een personeelstevredenheidsonderzoek).
 
Daarnaast vinden wij een leidraad in het strategisch beleidsplan, zoals dat is vastgesteld door SKPOA en dat ons richting geeft voor wat betreft de ontwikkeling die de school de komende jaren zal doormaken. Zo zullen alle scholen onder KPOA de komende tijd op zoek gaan hoe zij zo goed mogelijk vorm kunnen geven aan het bieden van passend onderwijs. De inspectie heeft na het bezoek aan de school t.b.v. een Periodiek Kwaliteiten Onderzoek aanbevelingen gedaan om te komen tot verbetering van ons onderwijs. Daar is bijvoorbeeld aangegeven extra alert te moeten zijn op ons spellingonderwijs.
Tenslotte geeft de overheid een aantal terreinen aan waarop in de komende jaren beleid moet worden ontwikkeld.
Bij het tot stand komen van het schoolplan is de school door de Onderwijsbegeleidingsdienst Eduniek ondersteund.
 
De afgelopen jaren is gewerkt aan de uitvoering van de plannen, zoals die waren vastgesteld in het schoolplan 2003-2007. Toen heeft o.a. het accent gelegen op de invoering van de systematische leerlingenzorg. Als logisch gevolg daarop zullen we ons ook de komende schooljaren blijven concentreren op het zgn. adaptief onderwijs, d.w.z. het onderwijs dat zoveel mogelijk wordt aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van ieder kind (passend onderwijs). Hoe kun je als leerkracht alle kinderen tot hun recht laten komen? We richten ons daarbij op o.a. het pedagogisch functioneren, de manier waarop de leerkracht tegemoet komt aan de basisbehoeften van kinderen. Begrippen als competentie (het kind krijgt het gevoel dat het iets kan), autonomie (het kind is zelfstandig) en veiligheid (het kind heeft vertrouwen in zijn relaties met anderen) staan centraal.
 
7.2 ICT
ICT betekent Informatie en Communicatie Technologie en betreft het computeronderwijs binnen onze school. De school wil computers vooral inzetten als ondersteunend middel in het onderwijs. Het werken met computers zal dus geen doel op zich zijn. Kinderen die extra hulp behoeven kunnen goed geholpen worden m.b.v. computerprogramma's. Wij willen computers ook inzetten om leerlingen middels een andere werkvorm de aangeboden leerstof te verwerken. Dat kan zijn op het niveau van de klas, maar ook in de vorm van verdieping.
 
7.2.1 ICT-beleidsplan
Het beleidsplan wordt jaarlijks onder de loep genomen en aangepast aan de actualiteit.
 
7.2.2 Protocol gebruik Internet
Sinds alle scholen aangesloten zijn op Kennisnet, kunnen kinderen en leerkrachten gebruik maken van het Internet. Over het gebruik van het Internet zijn op schoolniveau duidelijke afspraken gemaakt met de kinderen. Om misverstanden te voorkomen zijn de afspraken vastgelegd in een protocol. Alle kinderen zijn op de hoogte van dit protocol en moeten zich daaraan te houden. Wij achten het ook van belang dat ouders op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol. Daarom is dit protocol hieronder toegevoegd:
 
Wanneer ik werk met Kennisnet houd ik me aan de volgende afspraken:
- Ik ga alleen met toestemming van de juf of meester op Kennisnet
- Ik vul nergens persoonlijke gegevens in
- Als ik op een pagina kom waar bloot, geweld of beledigende zaken te zien of te lezen zijn, meld ik dat direct aan de juf of meester - Als ik onderstaande vensters zie, ga ik pas verder met toestemming van de juf of meester
 
JE VERLAAT KENNISNET (en dus even een belangrijke boodschap tussendoor€.) Geef nooit zomaar je naam, adres, telefoonnummer of e-mail adres aan een website die op het Internet staat. Als je niet zeker weet of een website veilig is, vraag het dan aan je ouders, juf of meester.
Als u informatie verzendt naar het Internet, is het mogelijk dat anderen die informatie zien. Wilt u doorgaan?
٧ Deze waarschuwing niet meer weergeven ja nee
- Ik weet dat als ik op een verkeerde site kom (of het nou per ongeluk of expres is), mijn juf of meester dit aan mijn ouders meldt. Als ik misbruik maak van Internet mag ik twee weken niet op Kennisnet.
 
7.2.2.1 Website van de school
De school beschikt over een website. Deze site bestaat grofweg uit twee delen. Het eerste deel bevat allerlei informatie over de school. In het tweede deel worden meestal foto€s geplaatst van uitjes, projecten of andere bijzondere gebeurtenissen die op school hebben plaatsgevonden.
 
Wanneer ouders bezwaar hebben tegen het publiceren van foto€s waar hun kind op staat, kunnen zij dit schriftelijk melden bij de directie van de school. Zonder schriftelijk bericht van de kant van ouders, gaan wij er vanuit dat zij akkoord gaan met het publiceren van werkjes en foto€s.
 
8 De Leraren
In onze school zal een groep steeds worden begeleid door één of hooguit twee groepsleraren. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, bijv. door overmacht wegens ziekte, kan het voorkomen dat een groep incidenteel met meer dan twee leraren in de week te maken krijgt. Wel kan het voorkomen dat een groep door omstandigheden, bijvoorbeeld door groei van de school - en de daaruit voortvloeiende uitbreiding van het team €" of ziekte van de leerkracht, in de loop van het schooljaar een andere meester of juffrouw krijgt.
 
8.1 Wijze van vervanging bij ziekte, compensatieverlof of ander verlof
Als een groepsleerkracht ziek is, wordt geprobeerd voor vervanging te zorgen. In de afgelopen tijd is echter gebleken dat vervanging steeds moeilijker te regelen is. Daarom zullen soms alternatieve oplossingen gezocht moeten worden binnen de school: bijvoorbeeld groepen samenvoegen. Kunnen wij, door een calamiteit, een groep geen les geven, dan ontvangen de ouders daarover, indien mogelijk, tijdig bericht.
 
Dat kinderen soms even moeten wennen aan een nieuw gezicht zal duidelijk zijn. Is er vervanging nodig voor een langere tijd, dan zal worden gezocht naar iemand die bereid is om gedurende de gehele periode in te vallen. Als er sprake is van veel ziekteverzuim in korte tijd, bijv. tijdens een griepgolf, kan het voorkomen dat de wijze van vervanging niet direct de schoonheidsprijs verdient. In zo€n geval, waarin het uiterste wordt gevraagd van ons improvisatietalent, kunnen we alleen maar hopen en vertrouwen op uw begrip.
 
Er is een beleidsstuk "beleid vervanging bij afwezigheid leraren" geschreven, waarin staat geformuleerd wat onze handelswijze is, in geval van afwezigheid van een leerkracht. In dit document is onder meer vastgelegd dat de directie en de leraren met bijzondere taken (IB, R.T., NT2 e.d.) slechts bij hoge uitzondering ingezet zullen worden ter vervanging van afwezige collega's.
 
Veel leraren van ons team hebben recht op compensatieverlof. Op deze verlofdagen zal de groep zoveel mogelijk begeleid worden door een vaste vervanger.
 
Als een leraar recht heeft op verlof, anders dan vanwege ziekte, zal de vervanging meestal tijdig kunnen worden geregeld, zodat de invaller zich op zijn taak kan voorbereiden.
 
8.2 Begeleiding en inzet van stagiair(e)s van pabo en ROC
Zoals in hoofdstuk 4.2.10 reeds is vermeld, biedt onze school aan jonge mensen de mogelijkheid om in de praktijk het lesgeven aan kinderen te oefenen. De groepsleraar waarbij de student stage loopt, is tevens de mentor van de student. Tijdens de lessen die door de stagiair(e) worden gegeven, blijft de groepsleraar de verantwoording dragen. U kunt in onze school stagiair(e)s tegenkomen, afkomstig van de PABO (de opleiding voor leraar basisonderwijs), van de opleiding tot gymleraar en van het ROC (opleiding tot onderwijs- of klassenassistent).
 
8.3 Scholing van leraren
Het is noodzakelijk dat de leraren, die aan de school verbonden zijn, deelnemen aan diverse nascholingsactiviteiten. Deze nascholing kan betrekking hebben op het hele team, wanneer bijv. een nieuwe ontwikkeling wordt gentroduceerd. Ook kunnen €bouwgroepen€ of individuele leraren gebruik maken van het nascholingsaanbod om zich verder te verdiepen in bepaalde onderwijsgebieden. Daartoe wordt jaarlijks een nascholingsplan opgesteld in relatie met het meerjarenbeleidsplan van de school. Op deze manier kunnen we de school steeds van nieuwe impulsen voorzien en vernieuwend bezig blijven.
 
9 Regeling aanname nieuwe leerlingen
9.1 Kennismaking
Als ouders erover denken hun kind als leerling aan te melden, kan een afspraak worden gemaakt voor een persoonlijk kennismakingsgesprek, waarbij ook een rondleiding door de school hoort. Tijdens dat gesprek kunnen eventuele vragen worden beantwoord en onduidelijkheden toegelicht.
Ieder kind is in principe welkom. Het is mogelijk dat een persoonlijk gesprek leidt tot nader overleg, om duidelijk te krijgen of de school een kind met een bepaalde lichamelijke of geestelijke beperking goed zal kunnen begeleiden. Mocht de school daartoe geen kansen zien, dan willen wij graag behulpzaam zijn in het zoeken naar alternatieve plaatsingsmogelijkheden.
Tijdens de laatste zes weken van het schooljaar worden er geen kennismakingsgesprekken meer gevoerd.
 
Momenteel bestaat er voor bepaalde jaargroepen een wachtlijst. De school wil graag tijd investeren in een persoonlijk contact met aankomende ouders. Wanneer het om ouders van wachtlijstkinderen gaat, stelt de school het kennismakingsgesprek liever uit tot het moment waarop de kans op plaatsing aannemelijk wordt.
 
9.2 Aanmelden van leerlingen
Het kind kan aangemeld worden door een aanmeldingsformulier, dat op school te verkrijgen is, in te vullen en te retourneren aan de school. Het aanmeldingsformulier kan ook aangevraagd worden via de website onder "contact". Belangstellenden krijgen dan een exemplaar toegestuurd. Na ontvangst wordt de aanmelding verwerkt en de ouder ontvangt vervolgens een bevestiging.
 
9.3 Onderwijsnummer
Een kopie van het document met het burgerservicenummer van de (toekomstige) leerling dient op school aanwezig te zijn. Het Ministerie heeft deze registratie verplicht gesteld.
 
9.4 Plaatsing van leerlingen
De school gaat er vanuit dat Nieuwlandse kinderen zoveel mogelijk in de eigen wijk naar school moeten kunnen.
 
Kinderen kunnen worden aangemeld voor de groepen 1 t/m 8 (4 t/m 12-jarigen). De school schrijft voor een jaargroep een maximum aantal leerlingen in. Leerlingen die boven dat aantal worden aangemeld, worden op de wachtlijst geplaatst. In voorkomende gevallen kan de samenstelling van de reeds gevormde groep ons noodzaken een leerling niet toe te laten.
 
De Malelande heeft in zijn aannamebeleid vastgelegd, dat er vanaf groep 3 niet meer dan 4 parallelgroepen zullen zijn. Deze norm heeft gevolgen voor het aantal kleuters dat wij per jaargroep kunnen plaatsen. Als jaargroep beschouwen wij een groep kinderen die geboren zijn tussen 01-10 van enig jaar en 30-09 van het jaar daarop.
 
Indien het aantal aanmeldingen voor de kleutergroepen de capaciteit te boven dreigt te gaan, genieten kinderen die al broertjes en/of zusjes op school hebben de voorkeur boven kinderen uit nieuwe gezinnen. Wel moet worden vermeld dat dit alleen geldt voor die broertjes en zusjes die tenminste minimaal 1 jaar voor hun 4e verjaardag zijn aangemeld. Uitdrukkelijk willen wij vermelden, dat wanneer een kind kan worden geplaatst terwijl er voor een broertje of zusje een wachtlijst bestaat, deze voorrangsregeling hier niet van toepassing is.
 
Kinderen die niet direct geplaatst kunnen worden, krijgen een plaats op de wachtlijst. Voor deze kinderen wordt op bestuursniveau een oplossing bedacht om op een andere katholieke school geplaatst te kunnen worden. Desgewenst blijft het kind op de wachtlijst staan. Als er een plaats vrij komt in de jaargroep van het kind, neemt de school contact op met de ouders en kan het kind alsnog geplaatst worden. De overstap naar onze school kan dan echter slechts op twee momenten in het jaar plaatsvinden: aan het begin van het schooljaar en per 1 januari. Kiezen ouders voor een andere school binnen de wijk Nieuwland, of een school van een andere denominatie buiten de wijk, dan zal hun kind van de wachtlijst worden geschrapt.
 
9.5 Allochtone leerlingen
In het kader van het convenant "Spreiding Allochtone Leerlingen" hebben de drie Amersfoortse schoolbesturen onderling afgesproken een evenredige spreiding van de allochtone leerlingen over de scholen na te streven. Dit betekent dat het percentage allochtonen in een wijk evenredig vertegenwoordigd zou moeten zijn op een willekeurige school in de wijk. Bij de aanname van onze leerlingen proberen wij ons zo veel mogelijk te houden aan dit convenant.
 
9.6 Wennen aan de school
Een kind is vanaf zijn vierde verjaardag welkom op school. Voorafgaand aan de eerste schooldag mag een kind vijf ochtenden komen wennen. De ouders krijgen twee maanden van te voren schriftelijk bericht over de data waarop het kind mag komen. Tevens wordt vermeld bij welke groepsleraar het kind in de groep komt.
 
Kinderen die in de laatste weken voor de grote vakantie vier jaar worden, kunnen pas worden geplaatst aan het begin van het volgende schooljaar. Deze kinderen kunnen daardoor ook geen gebruik maken van de regeling om te komen wennen.
 
De uiterste datum waarop nog 4-jarigen worden toegelaten tot de school, wordt per schooljaar vastgesteld, mede na overleg met de peuterspeelzalen. Deze datum is tevens afhankelijk van het begin van de schoolvakantie.
 
Groep 1, 2, 3 en 4  
Maandag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Dinsdag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Woensdag 08.30-12.00 uur
Donderdag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Vrijdag 08.30-12.00 uur
 
 
Groep 5, 6, 7 en 8
Maandag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Dinsdag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Woensdag 08.30-12.30 uur
Donderdag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
Vrijdag 08.30-12.00 uur 13.00-15.00 uur
 
10.1.1 Wijziging schooltijden
Incidenteel kan het voorkomen dat de schooltijden gewijzigd worden, bijvoorbeeld i.v.m. een viering. Het kan zijn dat de kinderen dan €s middags vrij zijn en buiten de reguliere schooltijden terugkomen voor een viering.
 
De wet schrijft voor dat kinderen wekelijks een bepaald aantal uren op school zijn. Wij vinden het van groot belang dat kinderen deelnemen aan vieringen die binnen ons onderwijs plaatsvinden. Daarom stelt de school ook bij een tijdelijke wijziging van de schooltijden aanwezigheid van alle leerlingen verplicht. Uiteraard worden ouders tijdig van een wijziging in de schooltijden op de hoogte gesteld.
 
10.2 Aanvang schooltijden
Natuurlijk willen we graag op tijd met de lessen beginnen, maar we stellen het op prijs wanneer de ouders hun kind niet te vroeg naar school sturen. Als het kind 10 minuten voor aanvang van de schooltijd aanwezig is, is dat vroeg genoeg.
 
Op het hoofdgebouw mogen alle kinderen 10 minuten voor aanvang van de school naar binnen, nadat de eerste bel is gegaan. Om 3 minuten voor schooltijd luidt de tweede bel en moeten alle kinderen die nog op het schoolplein spelen ook naar binnen.
 
Veel kinderen van groep 3 worden al ruim 10 minuten voor aanvang van de lessen naar school gebracht. Tot de kerstvakantie geldt de afspraak dat zij bij de eerste bel naar binnen moeten. Na de kerstvakantie denken wij dat de groep 3 kinderen groot genoeg zijn om nog even buiten te spelen tot de tweede bel gaat.
 
Vanaf 10 minuten voor schooltijd is er toezicht van teamleden op het schoolplein en zijn de leerkrachten in de groep.
 
Bij de schoolwoningen mogen de kinderen 10 minuten voor schooltijd naar binnen.
 
€s Morgens zijn er steeds leerkrachten van één bepaalde schoolwoning die toezicht houden op het speelplein. De leerlingen uit de betreffende schoolwoning blijven samen met hun leerkracht buiten om even voor half negen tegelijkertijd naar binnen te gaan. 's Middags is er pleinwacht vanaf 12.50 uur. Om 13.00 uur mogen de kinderen de school binnen.
 
10.3 Ziekmelding
Als een kind door ziekte niet naar school kan komen, kan dit tussen 8.00 en 8.20 uur telefonisch op de locatie waar het kind les heeft, doorgeven worden. Constateert een groepsleerkracht dat een kind afwezig is en er is geen ziekmelding, dan neemt hij na negen uur contact op met de ouders.
 
10.4 Vakantietijden
Voor de vakanties van dit schooljaar verwijzen we naar onze website en naar de Bewaareditie van de Donderdagkrant.
 
11 Rechten en plichten van ouders, leerlingen en bevoegd gezag
11.1 Leerplicht
Een kind is leerplichtig vanaf de eerste dag van de maand na zijn vijfde verjaardag. Kinderen van 4 jaar mogen naar school, maar zijn nog niet leerplichtig. Als een kind vanaf zijn vierde verjaardag naar school gaat, gaan we er vanuit dat het kind ook regelmatig de school zal bezoeken. Alleen dan zal het kind ook wennen aan een bepaalde regelmaat. Wel kan, als het kind nog maar pas op school is, met de betreffende leerkracht worden afgesproken dat het kind kortere schooldagen maakt, bijv. dat het in de eerste weken of maanden alleen €s morgens naar school gaat.
 
Een kind van 5 jaar is leerplichtig en zal tijdens de schooluren op school zijn. Nu kan het gebeuren dat een schoolweek van zo'n 23 uur voor een vijfjarige nog wat te vermoeiend is. Er kan dan gebruik gemaakt worden van een speciale regeling. Die houdt in dat een vijfjarige kleuter ten hoogste vijf uur per week thuis mag blijven, als de ouders dat tijdig doorgeven aan de schoolleiding.
 
11.2 Gronden voor vrijstelling van het onderwijs en de vervangende onderwijsactiviteiten
Het is mogelijk dat sommige kinderen (tijdelijk) niet mee kunnen doen aan alle of bepaalde onderwijsactiviteiten.
We denken aan:
  • zieke kinderen;
  • gehandicapte kinderen;
  • kinderen die op grond van het vervullen van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd zijn de school te bezoeken (de directie dient hiervan uiterlijk twee dagen van te voren op de hoogte te worden gesteld);
  • kinderen die door de specifieke aard van het beroep van de ouders buiten de schoolvakanties om met hen op vakantie gaan;
  • kinderen die als strafmaatregel de school tijdelijk niet mogen bezoeken;
  • kinderen die om andere gewichtige redenen de school niet kunnen bezoeken.
In de meeste gevallen zal het verzuim van korte duur zijn en kan de leerstof in de resterende schooltijd geboden worden. In een aantal gevallen zal het kind, in overleg met de leerkracht en de ouders, werk krijgen om tijdens de afwezigheid uit te voeren. De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor het bieden van voldoende onderwijsaanbod. Tevens bewaakt de leerkracht de onderwijsontwikkeling van het kind.
 
Het is duidelijk dat de ouders ervoor verantwoordelijk zijn het verzuim, indien mogelijk, middels een formulier tijdig aan te vragen bij de directie.
 
11.3 Regels voor vervroegde vakantie of verlate terugkomst
Wij gaan ervan uit dat (familie)uitstapjes en vakanties gepland worden in de schoolvakanties. Is het door omstandigheden, zoals de specifieke aard van het beroep van een van de ouders, slechts mogelijk om buiten de schoolvakanties weg te gaan, dan kan er minimaal 2 maanden van tevoren bij de schoolleiding een verzoek om vakantieverlof ingediend worden. Zo'n aanvraagformulier kan bij de directie van de school verkregen worden. Er moet dan ook een werkgeversverklaring overlegd worden, waaruit blijkt dat er tijdens een heel schooljaar gedurende geen enkele schoolvakantie twee weken aansluitend vakantie kan worden opgenomen. Werkgevers dienen met het inroosteren van de vakanties rekening te houden met schoolvakanties.
 
Dit vakantieverlof mag:
  • slechts één keer per jaar worden verleend;
  • niet langer duren dan 10 schooldagen;
  • niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar.
 
11.4 Verlofregeling voor kinderen inzake gewichtige omstandigheden
11.4.1 Verlof van 10 schooldagen of minder per schooljaar
Wanneer er sprake is van gewichtige omstandigheden kan verlof van 10 dagen of minder worden aangevraagd. De aanvraag dient vooraf of binnen twee dagen na ontstaan van de verhindering bij de schoolleiding te worden ingediend. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen:
1. voldoen aan een wettelijke verplichting, voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden;
2. verhuizing: 1 dag;
3. bijwonen van huwelijk van bloed- of aanverwanten t/m de 3e graad: 1 of 2 dagen, afhankelijk of dit huwelijk wordt gesloten in of buiten de woonplaats van belanghebbende;
4. ernstige ziekte ouders of bloed- of aanverwanten t/m de 3e graad: in overleg met de directeur;
5. overlijden van bloed- of aanverwanten in de 1e graad: ten hoogste 4 dagen; van bloed- of aanverwanten in de 2e graad: ten hoogste 2 dagen; van bloed- of aanverwanten in de 3e of 4e graad: 1 dag;
6. bij 25-, 40- en 50-jarige ambtsjubileum en het 12,5-, 25-, 40-, 50- en 60-jarige huwelijksjubileum van ouders of grootouders: 1 dag; 7. voor andere naar het oordeel van de directeur belangrijke redenen, maar geen vakantieverlof.
 
11.4.2 Verlof van meer dan 10 schooldagen per schooljaar
Wanneer er sprake is van gewichtige omstandigheden waarvoor verlof van meer dan 10 dagen wenselijk is, kunnen ouders dit (bij voorkeur 8 weken van te voren, via de directeur van de school) bij de leerplichtambtenaar van de gemeente Amersfoort aanvragen. Verlof wordt slechts bij zeer bijzondere omstandigheden verleend. Een verklaring van een arts of een maatschappelijk werk(st)er waaruit blijkt dat verlof voor de kinderen noodzakelijk is op grond van medische of sociale indicatie betreffende één van de gezinsleden, kan hierbij nuttig zijn.
 
11.5 Regels voor schorsing en verwijdering
Leerlingen kunnen van school worden gestuurd: schorsing (voor een tijdje) of verwijdering (voorgoed). Zoiets gebeurt meestal alleen maar als een kind (ernstig) ongewenst gedrag vertoont. In voorkomend geval zal gehandeld worden volgens het "protocol schorsing en verwijdering van leerlingen", zoals dat is vastgesteld door het bestuur van de SKPOA e.o. In onderling overleg met de ouders kan de school na wangedrag van een kind overeenkomen een kind als sanctie voor een bepaalde tijd (bijv. een dag) niet naar school te laten gaan. Als de school en de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de school altijd contact opnemen met het schoolbestuur over mogelijke schorsing van een kind. De beslissing over verwijdering van een leerling wordt uiteindelijk genomen door het schoolbestuur. Voordat zo'n besluit wordt genomen, moeten eerst de groepsleraar en de ouders worden gehoord. Als het overleg tussen het schoolbestuur en de ouders niets oplevert, kan de onderwijsinspectie gevraagd worden een bemiddelende rol te spelen. Als het schoolbestuur bij zijn beslissing blijft een kind te verwijderen, dan kunnen de ouders daartegen schriftelijk bezwaar aantekenen, waarop het schoolbestuur binnen 4 weken moet reageren. Als het bestuur vast blijft houden aan verwijdering kunnen de ouders in beroep gaan bij de rechter. Als het besluit eenmaal genomen is, mag een schoolbestuur het kind niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet eerst proberen om een andere school te vinden. Pas als het bestuur zich daartoe acht weken heeft ingespannen, mag de school het kind de toegang tot de school weigeren. De regeling is door het bestuur van de SKPOA e.o. vastgesteld in het "protocol schorsing en verwijdering van leerlingen".
 
11.6 Verzuimregistratie
De school is verplicht bij te houden welke kinderen afwezig zijn. Tevens moet de reden van afwezigheid geregistreerd worden. De groepsleerkrachten houden dagelijks de absentielijsten bij. Maandelijks worden deze lijsten door de directie verzameld en gecontroleerd. Bij ongeoorloofd schoolverzuim neemt de directie van de school contact op met de ouders. Als er geen afdoende verklaring is voor het verzuim, is de directie verplicht dit door te geven aan de leerplichtambtenaar van de gemeente.
 
11.7 Klachtenregeling
Meestal bouwen ouders goede contacten op met de leerkrachten en de directie van de school. Deze contacten worden ook gebruikt, als er vragen of opmerkingen zijn over de gang van zaken binnen de klas en/of binnen de school. Ook indien er sprake is van een verschil van mening, leiden de contacten er meestal toe, dat er snel een oplossing gezocht wordt. Goede communicatie is hierin een sleutelwoord. Onze school probeert daar dan ook constant aan te werken, door te overleggen met onze Ouder- en Medezeggenschapsraad, die veelal een spreekbuis vormen van vele ouders. Ook de opmerkingen van individuele ouders nemen wij serieus.
 
Toch kan het voorkomen, dat bij een bepaalde situatie meer overleg noodzakelijk is. Naast de leerkracht komt dan soms de directie in beeld om in gemeenschappelijk overleg te bekijken hoe e.e.a. opgelost kan worden. Het kan voorkomen, dat de ouders en de school niet tot een oplossing komen, of dat de klacht van een dermate zwaar gehalte is, dat de ouder of de school het wenselijk vindt, dat een ander, buiten de school, zich over de klacht buigt.
 
Het is wenselijk dat in geval van onenigheid altijd eerst contact opgenomen wordt met de persoon in kwestie. Indien een of meerdere gesprekken niet tot het gewenste resultaat leiden, kan contact opgenomen worden met de contactpersoon van de school. Deze zal samen met de klager zoeken naar mogelijkheden om het probleem alsnog binnen de school op te lossen. De contactpersoon kan ook aangeven welke stappen de ouders kunnen zetten om in contact te komen met het schoolbestuur, de vertrouwenspersoon of de secretaris van de klachtencommissie. Indien ouders een formele klacht willen indienen, moet dat schriftelijk gebeuren. De vertrouwenspersoon kan daarbij adviseren. De klachtencommissie kan de klacht niet-ontvankelijk verklaren of in behandeling nemen. Na behandeling van de klacht wordt een advies gegeven aan het schoolbestuur hoe te handelen om het probleem op te lossen. Het advies van de klachtencommissie is echter niet bindend.
 
11.7.1 Een goede communicatie
Om een goede communicatie tussen ouders en de school te bevorderen heeft de minister van OC&W in het schooljaar 2002-2003 een brochure "Een goed gesprek voorkomt erger" uitgegeven. Deze brochure is een handreiking voor ouders bij een klacht over school. De brochure kan worden opgevraagd bij de contactpersoon van de klachtencommissie. In hetzelfde kader heeft de minister ook een brochure Klachten voorkomen" uitgegeven, onder het motto: "beter communiceren met leerlingen en ouders op school lost problemen op". Ook deze brochure ligt op school ter inzage.
 
11.7.2 Klachtencommissie
In het kader van de kwaliteitswet heeft de overheid voor alle besturen met ingang van 01-08-98 een klachtenregeling verplicht gesteld. Ons bestuur gebruikt hiervoor de landelijke regeling, zoals die door verschillende landelijke organisaties is vastgesteld. Het bestuur heeft zich aangesloten bij de Landelijke Klachtenorganisatie Onderwijs, die deze regeling uitvoert. Bij deze organisatie kunnen scholen, ouders of leerlingen terecht, wanneer zij te maken krijgen met klachten. De klachtenorganisatie richt zich op het voorkomen en behandelen van klachten in het onderwijs en wil de klachten zo laagdrempelig en passend mogelijk behandelen. Het betreft hier klachten tussen leerlingen onderling, tussen personeel en leerlingen en tussen personeel onderling.
 
Het adres van het secretariaat van de Landelijke Klachtenorganisatie Onderwijs:
Postadres: Postbus 82324, 2508 EH, Den Haag
Telefoonnumer : 070-3925508
 
In gevallen van seksuele intimidatie is er een centraal telefoonnummer voor de vertrouwensinspecteurs van de inspectie beschikbaar: 0900-111 3 111
 
Voor ons bestuur zijn twee medewerkers van de Onderwijsbegeleidingsdienst te Utrecht benoemd tot vertrouwenspersoon:
Mevrouw K. Dorien Gerritsma en de heer Bart Hogenelst.
Tel. 0346-219777
 
Naast de landelijke klachtenregeling heeft het bestuur ook een regeling op schoolniveau vastgesteld. Deze Klachtenregeling KPOA is ter inzage op school aanwezig. Ook de contactpersoon van de school is in het bezit van deze regeling. In zowel de landelijke regeling als de regeling op schoolniveau worden de procedures beschreven, die gehanteerd moeten worden als er sprake is van een klacht. Indien ouders in het bezit willen komen van de regeling op schoolniveau, kunnen zij dit vragen aan de contactpersoon van de school.
 
11.7.3 Contactpersoon
Een belangrijke rol binnen de regelingen spelen de contactpersonen. Iedere school en dus ook wij beschikken over een contactpersoon, die benaderd kan worden als er sprake is van een klacht. De contactpersoon heeft de taak ouders verder te helpen en te informeren over de stappen die genomen kunnen worden. Zoals gezegd, vormen de klachtenregelingen hierbij de leidraad. Omdat de kinderen de schoolgids niet lezen, willen wij op een andere manier de leerlingen van onze school benaderen en vertellen over de rol van de contactpersoon. De drie collega's die de taak van contactpersoon op zich hebben genomen, zullen jaarlijks de groepen 3, 5 en 7 bezoeken. Op deze manier hopen wij kinderen die om wat voor reden dan ook hulp nodig hebben, goed te kunnen bereiken.
 
De contactpersonen voor De Malelande zijn:
Mevr. K. van der Beek
Huizenkade 8
3826 AN Amersfoort
tel. 033 - 28 58 989
 
Mevr. J. Lensing- Driessen
Van Lunterenstraat 1
3822 TH Amersfoort
tel. 033 - 4551712
 
Mevr. J. Hensing-Geerdink
Sara Burgerhartsingel 265
3813 NJ Amersfoort
tel. 033 - 48 04 427
 
Vacature voor een 4e contactpersoon wordt z.s.m. ingevuld
 
11.8 Kledingvoorschriften
De SKPOA heeft een beleidsnotitie geschreven omtrent kledingvoorschriften op scholen, waarbij uitgegaan is van de notitie €Leidraad kleding op school€ van het ministerie van OC&W (2003). Samenvattend gelden de volgende richtlijnen voor kinderen, leer- en hulpkrachten en overig personeel op onze school:
Kleding dient
  • de communicatie niet te belemmeren;
  • niet kwetsend te zijn voor anderen;
  • niet discriminerend te zijn voor anderen;
  • de veiligheid niet in het gedrang te brengen.
 
College van Bestuur
Dhr. W. Ellenbroek en dhr. B. Dekker
Postbus 930
3800 AX Amersfoort
tel. 033-2570645
 
Directie van de school
Dhr. C. Uppelschoten (directeur)
Gerstekamp 11
3828 HP Hoogland
tel. 033-4802777
 
Mevr C. van de Riet (directeur)
Poortersdreef 56
3824 DP Amersfoort
tel. 033-4564180
 
Mevr. H. Ligthart (adjunct-directeur)
Kolkrijst 121
3828 EN Hoogland
Tel. 033-4809282
 
Ouders in het Ouderplatform
Als een ouderpanel wordt georganiseerd, zal de samenstelling daarvan steeds wisselend zijn. Ouderpanels worden georganiseerd op initiatief van de directie van de school.
 
ouders in de MR
Mevr. M. van der Schaaf (voorzitter)
Bellefleurgaarde 22
3824 ZD  Amersfoort
tel. 033-4560085
 
Dhr. B. Oskam (secretaris)
Poortersdreef 86
3824 DP Amersfoort
tel. 033-4554433
 
Dhr. K. Rozenberg
De Gouden Ploeg 1
3824 DS Amersfoort
033-4634303
 
Dhr. R. Dekkers 
Duizendguldenkruid 23
3824 NM Amersfoort
tel. 033-2012793
 
Voorzitter van de Ouder Activiteiten Commissie
Mevr. T. Hoeksema
Parnaskruid 39
Amersfoort
tel. 033-4551679
 
12.2 Van externe personen/organisaties
Inspecteur van het onderwijs
Voor vragen over onderwijs: tel. 0800-8051 (gratis)
Voor klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs tel. 0900-111 3 111 (lokaal tarief)
 
Schoolbegeleiding
Eduniek,
Postbus 25
3738 ZL Maartensdijk
Bezoekadres: Tolakkerweg 153
3738 JL Maartensdijk
tel. 0346-219777
 
Buitenschoolse opvang Buitenschoolse Opvang (BSO)
SKA Algemeen aanmeldingsnummer 033-4701303
Informatiepunt: Stationsplein 26, Amersfoort
Informatie en aanmelden via http://www.ska.nl/
 
SKON
In Nieuwland BSO "De Blauwe Piranha"
Telefoonnummer 033-4556021
Informatie via www.skon.nl
 
Tussenschoolse opvang (overblijven)
Brood en Spelen
Dhr. T. Soetendaal (directeur)
Nachtegaallaan 7
6713 BV Ede
Tel. 0318-654620
Coördinatrice De Malelande 06-48139462
Informatie via www.broodenspelen.info
 
Schoolarts
GGD Midden Nederland, afdeling jeugdgezondheidszorg
Zonnehof 10
3811 ND Amersfoort
tel. 033-4678111
© 2006-2012 Malelande | MaxiCMS | Webdesign by Cupella Webservices